Gerelateerd aan Richteren 19:1

Gerelateerd aan Richteren 19:1

Richteren 18:1

Er was in die tijd geen koning in Israël. De stam Dan was nog steeds op zoek naar een eigen grondgebied om zich blijvend te vestigen, want het was de enige stam van Israël waaraan nog geen grondgebied was toegevallen.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Richteren 17:8

Op zekere dag vertrok hij uit Betlehem om een andere verblijfplaats te zoeken. Zijn weg voerde hem door het bergland van Efraïm, langs het huis van Micha.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Richteren 17:6

In die tijd was er geen koning in Israël; iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Richteren 21:25

In die tijd was er geen koning in Israël; iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Jozua 24:33

Ook Eleazar, de zoon van Aäron, stierf. Hij werd begraven in het bergland van Efraïm op de heuvel die zijn zoon Pinechas was toegewezen.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

2 Samuel 16:22

Dus werd er voor Absalom een tent neergezet op het dak van het paleis, en voor de ogen van heel Israël nam Absalom bezit van de bijvrouwen van zijn vader.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Mattheüs 2:6

“En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’
Gerelateerd aan Richteren 19:1

2 Samuel 19:5

(19:6) Toen ging Joab bij de koning binnen en zei: 'Vandaag hebt u al uw aanhangers te schande gemaakt, terwijl zij uw leven en dat van uw zonen en dochters en dat van uw vrouwen en bijvrouwen hebben gered.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Maleachi 2:15

Wie ook maar een beetje verstand heeft doet zoiets niet, want iedereen wil toch een nageslacht dat door God gewild is? Speel niet met je leven en behandel de vrouw van je jeugd niet trouweloos.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

2 Samuel 3:7

Saul had een bijvrouw gehad, een zekere Rispa, de dochter van Ajja. Isboset vroeg aan Abner: 'Waarom hebt u bezit genomen van de bijvrouw van mijn vader?'
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Genesis 35:19

Toen Rachel overleden was, werd ze begraven langs de weg naar Efrat, het tegenwoordige Betlehem.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

2 Samuel 20:3

Toen koning David in zijn paleis in Jeruzalem kwam, stelde hij de tien bijvrouwen die hij als huisbewaarsters had achtergelaten, in bewaring in een eigen huis. Hij bleef hen onderhouden, maar hij zocht hen niet meer op. Zo bleven zij tot aan de dag van hun dood opgesloten als onbestorven weduwen.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Hooglied 6:8

Ook al zijn er zestig koninginnen, en wel tachtig bijvrouwen, meisjes zonder tal,
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Genesis 25:6

De zonen van zijn bijvrouwen gaf hij nog tijdens zijn leven geschenken, en hij stuurde hen weg naar een land in het oosten, Kedem, ver bij zijn zoon Isaak vandaan.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Jozua 24:30

Hij werd begraven in het gebied dat hem was toegewezen: in Timnat-Serach in het bergland van Efraïm, ten noorden van de Gaäs.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Richteren 17:1

In die tijd leefde er in het bergland van Efraïm een man met de naam Micha.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

2 Samuel 5:13

Na zijn komst uit Hebron nam David nog meer vrouwen en bijvrouwen, afkomstig uit Jeruzalem, en kreeg hij nog meer zonen en dochters.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

2 Kronieken 11:21

Van al zijn vrouwen en bijvrouwen-hij had in totaal achttien vrouwen en zestig bijvrouwen, bij wie hij achtentwintig zonen en zestig dochters verwekte-hield Rechabeam het meest van Maächa, de dochter van Absalom.
Gerelateerd aan Richteren 19:1

1 Koningen 11:3

Hij had zevenhonderd hoofdvrouwen en driehonderd bijvrouwen, en deze vrouwen maakten hem ontrouw:
Gerelateerd aan Richteren 19:1

Esther 2:14

's Avonds ging ze daar naar binnen, 's morgens keerde ze terug; ze kwam dan in een ander deel van het vrouwenverblijf, dat onder toezicht stond van Saäsgaz, de eunuch die de koning diende als bewaker van de bijvrouwen. Ze ging niet opnieuw naar de koning, tenzij hij haar begeerde en zij persoonlijk bij hem werd ontboden.
1
2
Volgende