Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Numeri 16:1
(1-2) De Leviet Korach, de zoon van Jishar, de zoon van Kehat, en de Rubenieten Datan en Abiram, de zonen van Eliab, en On, de zoon van Pelet, kwamen tegen Mozes in opstand. Ze werden gesteund door tweehonderdvijftig leiders van de Israëlieten, achtenswaardige mannen, de aanzienlijkste van de gemeenschap.
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Psalmen 78:22
Want zij hadden God niet geloofd, niet vertrouwd op zijn hulp.
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Numeri 14:1
Hierop barstte het hele volk in tranen uit, heel de nacht door klonk hun gejammer.
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Numeri 25:1
Toen de Israëlieten in Sittim verbleven, begonnen ze zich in te laten met Moabitische vrouwen.
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Numeri 21:1
De Kanaänitische koning van Arad in de Negev vernam dat de Israëlieten in aantocht waren en dat ze via Atarim kwamen. Hij viel hen aan en maakte een aantal van hen krijgsgevangen.
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Lukas 16:31
Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Johannes 12:37
Ondanks de wondertekenen die hij voor hun ogen gedaan had, geloofden ze niet in hem.
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Ezechiel 20:13
Maar ook in de woestijn was het volk van Israël opstandig. Ze hielden zich niet aan mijn wetten en negeerden mijn regels, die leven brengen aan iedereen die zich eraan houdt, en hielden de sabbat niet in ere. Daarom wilde ik daar in de woestijn mijn woede over hen uitstorten en hen vernietigen.
Gerelateerd aan Psalmen 78:32
Psalmen 78:11
Zij vergaten zijn grote daden, de wonderen die hij had getoond.