Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
1 Samuel 9:21
'Maar ik hoor bij Benjamin, een van de kleinste stammen van Israël, 'wierp Saul tegen. 'En in die stam is mijn familie weer de onbelangrijkste. Hoe kunt u dan zoiets zeggen?'
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Psalmen 47:9
(47:10) De vorsten van de volken zijn bijeen in het gevolg van Abrahams God. Zijn schildwachten zijn ze op aarde. Hoog is hij verheven.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
1 Kronieken 15:3
Vervolgens liet hij heel Israël in Jeruzalem bijeenkomen om de ark van de HEER over te brengen naar de plaats die hij in gereedheid had gebracht.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Richteren 21:6
Nu voelden ze zich bezwaard vanwege hun broeders, de Benjaminieten: 'Een van de stammen van Israël is vandaag verloren gegaan, 'zeiden ze.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Richteren 5:18
maar Zebulon en Naftali waagden hun leven op de heuvels.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
1 Kronieken 12:16
(12:17) Op een keer kwamen enkele Benjaminieten en Judeeërs bij de schuilplaats van David.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
1 Kronieken 12:29
(12:30) uit de stam Benjamin, de verwanten van Saul: 3000 man (tot dan toe was de meerderheid van Benjamin het huis van Saul trouw gebleven);
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Psalmen 60:7
(60:9) Van mij is Gilead, en van mij is Manasse, Efraïm is de helm op mijn hoofd, Juda de scepter in mijn hand.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Ezechiel 37:19
zeg dan: "Dit zegt God, de HEER: Ik neem het stuk hout van Jozef-dat van Efraïm dus-en van de stammen van Israël die met hem verbonden zijn, en ik leg dat tegen het stuk hout van Juda aan. Ik maak er één stuk hout van, in mijn hand zullen ze één worden."
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
1 Kronieken 27:12
De negende afdeling, voor de negende maand, stond onder bevel van Abiëzer uit Anatot, uit de stam Benjamin. Zijn afdeling telde vierentwintigduizend man.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Genesis 42:32
en ook dat we met zijn twaalven waren, twaalf broers, allemaal zonen van dezelfde vader, maar dat één er niet meer was en dat de jongste bij u was, in Kanaän.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Richteren 20:35
Die dag schonk de HEER de overwinning aan Israël: de Israëlieten doodden vijfentwintigduizend en honderd bewapende Benjaminieten.
Gerelateerd aan Psalmen 68:27
Jesaja 11:13
Efraïms afgunst zal verdwijnen, aan Juda’s vijandschap komt een eind. Efraïm is niet meer afgunstig op Juda, Juda is Efraïm niet meer vijandig.