Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Psalmen 55:23

(55:24) Maar hen, God, doet u neerdalen in de kuil der ontbinding. Die mannen van bloed en bedrog-zij zullen hun leven niet half voltooien, maar ik, ik vestig mijn hoop op u.
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Prediker 8:8

Niemand heeft macht over zijn adem, geen mens kan tegenhouden dat zijn adem vergaat. Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. En ook het kwaad-het zal zijn dienaren niet redden.
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Jeremia 18:19

HEER, luister naar mij, hoor de plannen van mijn tegenstanders.
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Psalmen 36:12

(36:13) Daar liggen zij die verderf zaaiden-gevallen, neergestoten, zonder kracht om op te staan.
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Habakuk 1:13

Uw ogen zijn te zuiver om het kwaad te kunnen aanzien, de ellende te kunnen verdragen. Waarom dan verdraagt u deze trouwelozen, zwijgt u, nu de wetteloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij?
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Psalmen 55:9

(55:10) Splijt hun tong, Heer, verwar hun spraak, want in de stad zie ik geweld en strijd,
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Psalmen 55:15

(55:16) Laat de dood hen onverhoeds treffen, laat hen levend neerdalen in het dodenrijk, want bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart.
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Jeremia 7:10

En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan mijn naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren!
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Psalmen 94:20

Kiest u de kant van verdorven rechters, die onheil stichten in naam van de wet?
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Jeremia 10:25

Stort uw woede uit over volken die u niet kennen, over naties die uw naam niet aanroepen, want zij verslinden Jakobs volk, laten er niets van over, en zijn weidegrond verwoesten zij.’
Gerelateerd aan Psalmen 56:7

Jesaja 28:15

Jullie zeiden: ‘Wij hebben een verbond gesloten met de dood, met het dodenrijk zijn we een verdrag aangegaan. Wanneer de striemende gesel voorbijkomt zal hij ons niet raken. Wij houden ons schuil in bedrog en verbergen ons in leugens.’