Psalmen 46:3-7

SV

3Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeen;
4Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.
5De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.
6God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.
7De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.

KJV

3Though the waters thereof roar and be troubled, though the mountains shake with the swelling thereof. Selah.
4There is a river, the streams whereof shall make glad the city of God, the holy place of the tabernacles of the most High.
5God is in the midst of her; she shall not be moved: God shall help her, and that right early.
6The heathen raged, the kingdoms were moved: he uttered his voice, the earth melted.
7The LORD of hosts is with us; the God of Jacob is our refuge. Selah.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.