SV
18Dit alles is ons overkomen, nochtans hebben wij U niet vergeten, noch valselijk gehandeld tegen Uw verbond.
19Ons hart is niet achterwaarts gekeerd, noch onze gang geweken van Uw pad.
20Hoewel Gij ons verpletterd hebt in een plaats der draken, en ons met een doodsschaduw bedekt hebt.
21Zo wij den Naam onzes Gods hadden vergeten, en onze handen tot een vreemden God uitgebreid.
22Zou God zulks niet onderzoeken? Want Hij weet de verborgenheden des harten.
23Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637