Psalmen 34:16-22

SV

16Ain. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep.
17Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.
18Tsade. Zij roepen, en de HEERE hoort, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.
19Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
20Resch. Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de HEERE.
21Schin. Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.
22Thau. De boosheid zal den goddeloze doden; en die den rechtvaardige haten, zullen schuldig verklaard worden. [ (Psalms 34:23) De HEERE verlost de ziel Zijner knechten; en allen, die op Hem betrouwen, zullen niet schuldig verklaard worden. ]

KJV

16The face of the LORD is against them that do evil, to cut off the remembrance of them from the earth.
17The righteous cry, and the LORD heareth, and delivereth them out of all their troubles.
18The LORD is nigh unto them that are of a broken heart; and saveth such as be of a contrite spirit.
19Many are the afflictions of the righteous: but the LORD delivereth him out of them all.
20He keepeth all his bones: not one of them is broken.
21Evil shall slay the wicked: and they that hate the righteous shall be desolate.
22The LORD redeemeth the soul of his servants: and none of them that trust in him shall be desolate.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.