Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Psalmen 57:1
Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Van David, een stil gebed, toen hij voor Saul was gevlucht in een spelonk. (57:2) Wees mij genadig, God, wees mij genadig, want bij u is mijn leven geborgen. In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen, tot het doodsgevaar is geweken.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Psalmen 30:8
(30:9) U, HEER, roep ik aan, u, Heer, smeek ik om genade.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Psalmen 141:1
Een psalm van David. HEER, u roep ik aan, kom mij te hulp, luister naar mij nu ik tot u roep.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Psalmen 54:1
Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een kunstig lied van David, (54:2) toen de inwoners van Zif aan Saul waren gaan zeggen: 'Weet u niet dat David zich bij ons schuilhoudt?' (54:3) God, bevrijd mij door uw naam, verschaf mij recht door uw macht.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Psalmen 28:2
Hoor mijn smeekbede als ik u om hulp roep, als ik mijn handen ophef naar het hart van uw heiligdom.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Hebreeën 11:38
Ze doolden door verlaten oorden en berggebieden en verscholen zich in grotten en holen onder de grond. Ze waren voor de wereld te goed.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
1 Samuel 22:1
David ging weer weg uit Gat en vond een veilig heenkomen in een grot in de buurt van Adullam. Toen zijn broers en zijn overige familieleden dat hoorden, voegden ze zich daar bij hem.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Psalmen 77:1
Voor de koorleider. Op de wijs van Jedutun. Van Asaf, een psalm. (77:2) Luid roep ik God, ik schreeuw het uit, luid roep ik God-dat hij mij hoort.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
1 Kronieken 4:10
Jabes bad tot de God van Israël: 'Zegen mij: maak mijn grondgebied groot en bescherm me tegen het kwaad, zodat ik geen pijn hoef te lijden.' God gaf hem wat hij gevraagd had.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
Psalmen 32:1
Van David, een kunstig lied. Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven, van wie de zonden worden bedekt.
Gerelateerd aan Psalmen 142:1
1 Samuel 24:3
(24:4) Onderweg kwam hij langs een spelonk die door een muurtje was afgeschermd. Daar ging hij naar binnen en hurkte neer om zijn behoefte te doen. En juist achter in die spelonk hadden David en zijn mannen zich verstopt.