Gerelateerd aan Psalmen 109:14

Gerelateerd aan Psalmen 109:14

Nehemia 4:5

(3:37) Dek hun misdaden niet toe, zie hun zonden niet door de vingers, want ze hebben degenen die de muur herstellen zwaar beledigd.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

Exodus 20:5

Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten;
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

Jeremia 18:23

HEER, u kent hun moorddadige plannen tegen mij. Dek hun misdaden niet toe, wis hun zonden niet uit. Laat hen voor uw ogen bezwijken, reken met hen af als uw toorn losbreekt.’
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

2 Kronieken 22:3

Ook hij volgde het voorbeeld van het koningshuis van Achab, want hij liet zich door de raad van zijn moeder tot goddeloosheid verleiden.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

2 Koningen 9:27

Koning Achazja van Juda, die zag wat er gebeurde, vluchtte in de richting van Bet-Haggan. Maar Jehu zette de achtervolging in en riep: 'Dood ook hem!' Achazja werd getroffen terwijl hij in zijn wagen de pas van Gur bij Jibleam opreed. Hij wist te ontkomen naar Megiddo, en daar is hij gestorven.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

2 Samuel 21:1

Tijdens de regering van David heerste er eens drie jaar achtereen hongersnood. David wendde zich tot de HEER, en de HEER antwoordde: 'Het komt door Saul en zijn moordenaarsbende, omdat hij de Gibeonieten heeft gedood.'
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

2 Koningen 11:1

Toen Atalja, de moeder van Achazja, hoorde dat haar zoon dood was, besloot ze alle kinderen van de koninklijke familie ter dood te brengen.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

2 Samuel 21:8

Daarom nam hij Armoni en Mefiboset, de twee zonen die Saul had gekregen bij Rispa, de dochter van Ajja, en de vijf zonen die Sauls dochter Merab had gekregen van Adriël, de zoon van Barzillai uit Mechola.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

2 Koningen 8:27

Hij volgde het voorbeeld van het koningshuis van Achab en deed wat slecht is in de ogen van de HEER, net zoals de leden van het koningshuis van Achab, want ook hij had een vrouw uit de familie van Achab getrouwd.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

Mattheüs 23:31

Daarmee erkennen jullie zelf dat jullie kinderen zijn van hen die de profeten vermoord hebben.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

Jesaja 43:25

Ik, ík ben het, die omwille van zichzelf je misdaden tenietdoet en je zonden vergeet.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

Leviticus 26:39

Wie van jullie dan nog in leven zijn, zullen vanwege hun eigen zonden en die van hun voorouders wegrotten in het land van hun vijanden.
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

2 Koningen 10:13

kwam hij daar de broers van koning Achazja van Juda tegen. 'Wie bent u?' vroeg hij, en zij antwoordden: 'Wij zijn broers van Achazja. We zijn op weg om de koningszonen en de zonen van de koningin-moeder een bezoek te brengen.'
Gerelateerd aan Psalmen 109:14

2 Samuel 3:29

Moge het bloed van Abner, de zoon van Ner, gewroken worden aan Joab en zijn familie. Laat er in Joabs familie altijd iemand zijn die een druiper of de schurft heeft, iemand die met krukken loopt, een gewelddadige dood sterft of honger lijdt.'