Gerelateerd aan Prediker 7:9

Gerelateerd aan Prediker 7:9

Jakobus 1:19

Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Spreuken 14:17

Wie onbesuisd is, handelt dwaas, wie berekenend is, maakt zich gehaat.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Efeze 4:26

Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid,
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Spreuken 16:32

Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad veroveren.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

2 Samuel 19:43

(19:44) De Israëlieten antwoordden: 'Wij hebben tien keer zoveel aandeel in het koningschap, en ook op David hebben wij meer recht dan jullie. Waarom doen jullie zo geringschattend? Hebben wij soms niet als eersten besloten dat we onze koning zouden terughalen?' Maar de Judeeërs stonden sterker dan de Israëlieten.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Spreuken 26:23

Zilverglazuur verbergt een aarden pot, warme woorden een kwaadaardig hart.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Jona 4:9

Maar God zei tegen Jona: 'Is het terecht dat je zo kwaad bent over die plant?' Jona antwoordde: 'Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!'
Gerelateerd aan Prediker 7:9

2 Samuel 13:22

Absalom sprak er niet met Amnon over, er viel tussen hen geen onvertogen woord, maar hij haatte hem omdat hij zijn zuster Tamar had onteerd.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Esther 3:5

Toen Haman te weten kwam dat Mordechai niet voor hem knielde of boog, werd hij woedend,
Gerelateerd aan Prediker 7:9

1 Samuel 25:21

Hij was nog steeds vreselijk kwaad: 'Wat denkt die vent wel? Heb ik daarom al die tijd zijn bezittingen beschermd? Ik had het net zo goed kunnen laten! Nog niet één schaap is hij kwijt, en wat krijg ik? Stank voor dank!
Gerelateerd aan Prediker 7:9

2 Samuel 13:32

Toen nam Jonadab, de zoon van Davids broer Sima, het woord en zei: 'Het is niet waar dat alle jongens, al uw zonen zijn gedood, mijn heer en koning; alleen Amnon is dood. Vanaf de dag dat Amnon zijn zuster Tamar had onteerd, beschouwde Absalom het immers als zijn plicht om hem te doden.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Genesis 34:25

Drie dagen later, toen de mannen van Sichem koortsig waren, pakten twee van Jakobs zonen, Simeon en Levi, die volle broers van Dina waren, hun zwaard en overvielen de stad, waar niemand op onraad bedacht was. Ze doodden alle mannen.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Genesis 34:7

Zodra Jakobs zonen van het gebeurde hadden gehoord, waren zij naar huis gekomen. Ze voelden zich diep gekrenkt en waren woedend omdat Sichem gemeenschap had gehad met hun zuster en zich schuldig had gemaakt aan iets dat voor de Israëlieten een schandelijk en ontoelaatbaar vergrijp is.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Markus 6:19

Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe,
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Genesis 34:30

Jakob maakte Simeon en Levi verwijten. ‘Jullie hebben mij in het ongeluk gestort, ‘zei hij, ‘want jullie hebben mij een slechte naam bezorgd bij de inwoners van dit land: de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar een handjevol mannen, dus als ze met zijn allen tegen mij optrekken, zullen ze me verslaan en word ik met mijn hele familie vermoord.’
Gerelateerd aan Prediker 7:9

2 Samuel 13:28

Toen beval Absalom zijn dienaren: 'Let op, wanneer de wijn Amnon naar het hoofd gestegen is en ik tegen jullie zeg: "Sla Amnon dood!" dan moeten jullie hem doden. Jullie hoeven niets te vrezen, want ik heb het jullie zelf bevolen. Houd je flink en aarzel niet.'
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Genesis 4:5

maar voor Kaïn en zijn offer had hij geen oog. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Genesis 4:8

Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood.
Gerelateerd aan Prediker 7:9

Markus 6:24

Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’