Gerelateerd aan Obadja 1:7
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Psalmen 41:9
(41:10) Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd.
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Jeremia 49:7
Dit zegt de HEER van de hemelse machten over Edom: Is er geen wijsheid meer in Teman, gaat men daar niet langer met verstand te werk, is elk inzicht daar verdwenen?
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Jeremia 30:14
Je minnaars zijn je vergeten, ze kijken niet meer naar je om. Ik was het die je sloeg, als een vijand, ik heb je meedogenloos gestraft, om je vele wandaden, om je talloze zonden.
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Hosea 13:13
Wanneer de barensweeën komen, is hij het domme kind dat, als het zover is, de weg uit de baarmoeder niet weet te vinden.
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Psalmen 55:12
(55:13) Zou een vijand mij grieven, ik zou het verdragen, zou hij mij haten en zich tegen mij keren, ik zou me voor hem verschuilen.
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Klaagliederen 1:19
Ik riep om mijn minnaars, maar zij lieten mij in de steek. Mijn priesters en oudsten zijn in de stad omgekomen, zoekend naar voedsel om in leven te blijven.
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Jeremia 20:10
Want de mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.” Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.”
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Jesaja 19:11
De vorsten van Soan tonen louter onverstand, farao’s wijste raadsheren geven dwaze raad. Hoe kun je tegen de farao zeggen: ‘Een kind van wijzen ben ik, een kind van de koningen van weleer’?
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Jesaja 27:11
vrouwen breken de verdorde twijgen af en gebruiken ze voor hun vuur. Omdat dit volk ieder inzicht mist, kent zijn maker geen ontferming, toont zijn schepper geen genade.
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Openbaring 17:12
De tien horens die je zag zijn tien koningen die nu nog geen koning zijn, maar straks samen met het beest voor één uur koninklijke macht zullen krijgen.
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Jeremia 38:22
Alle vrouwen die nog in uw paleis overgebleven zijn, zullen naar de bevelhebbers van de koning van Babylonië worden gevoerd, terwijl ze zeggen: “Vrienden hebben u opgestookt en laten u vallen: nu uw voeten in de modder blijven steken, zijn ze van u weggevlucht.”
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Ezechiel 23:22
Daarom-dit zegt God, de HEER: Ik zet je minnaars, van wie je een afkeer hebt gekregen, tegen je op; ik laat ze overal vandaan naar je optrekken:
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Johannes 13:18
Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.”
Gerelateerd aan Obadja 1:7
Jeremia 4:30
Jij, Juda, bent tot ondergang gedoemd, wat wil je nu nog doen? Al ga je gekleed in scharlaken, al ben je met goud getooid, al maak je je ogen op, tevergeefs maak je je mooi. Je wordt door je minnaars verworpen, ze staan je naar het leven.