Gerelateerd aan Obadja 1:12

Gerelateerd aan Obadja 1:12

Micha 4:11

Nu lopen vele volken tegen je te hoop, ze zeggen: 'Laat Sion maar worden ontwijd, wij zullen ervan genieten!'
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Ezechiel 35:15

zoals jij je verheugde toen het land van het volk van Israël verwoest werd. Jou, Seïrgebergte, zal ik hetzelfde aandoen: een woestenij zul je zijn, jij en de rest van Edom: ze zullen weten dat ik de HEER ben."
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Spreuken 17:5

Wie een verschoppeling bespot, beledigt zijn schepper, wie zich over iemands ongeluk verheugt, blijft niet ongestraft.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Psalmen 22:17

(22:18) Ik kan al mijn beenderen tellen. Zij kijken vol leedvermaak toe,
Gerelateerd aan Obadja 1:12

1 Samuel 2:3

Gebruik toch geen grote woorden, blaas niet zo hoog van de toren, want de HEER is een alwetende God: door hem worden onze daden gewogen.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Psalmen 31:18

(31:19) Zwijgen moeten de leugenaars, die hoogmoedig en vol verachting rechtvaardige mensen beschuldigen.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Psalmen 59:10

(59:11) God, die trouw is, zal mij te hulp komen, God zal mij doen neerzien op wie mij aanvallen.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Spreuken 24:17

Verheug je niet over de val van je vijand, juich niet als hij ten onder gaat.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Job 31:29

Verheugde ik mij over de ondergang van mijn vijand, juichte ik wanneer hij door het kwaad getroffen werd?
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Judas 1:16

Ze doen niets anders dan zeuren en zagen, ze laten zich leiden door hun begeerten, brallen maar wat en praten anderen naar de mond om er zelf beter van te worden.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Lukas 19:41

Toen hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon hij te huilen over het lot van de stad.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Mattheüs 27:40

‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Ezechiel 25:6

Ook dit zegt God, de HEER: Jullie hebben je handen op elkaar geslagen en met je voeten gestampt en vol minachting gelachen over het lot van Israël.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Openbaring 13:5

Het beest kon zijn bek gebruiken voor grootspraak en godslasteringen, en dat tweeënveertig maanden lang.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

2 Petrus 2:18

want met loos gebral en schaamteloze uitspattingen verleiden ze hen die zich nog maar net hebben losgemaakt van degenen die dwalen.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Jakobus 3:5

Zo is ook de tong een klein orgaan, maar wat een grootspraak kan hij voortbrengen! Bedenk eens hoe een kleine vlam een enorme bosbrand veroorzaakt.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Psalmen 92:11

(92:12) Mijn oog ziet op mijn aanvallers neer, mijn oor hoort de angstkreet van mijn belagers.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Jesaja 37:24

Bij monde van je knechten heb je de Heer gehoond. Je zei: “Mijn vele strijdwagens brachten mij tot op de hoogste bergen, tot in de verste hoeken van de Libanon. Zijn hoogste ceders velde ik, zijn machtigste cipressen. Ik drong door tot zijn hoogste toppen, tot in zijn diepste woud.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Psalmen 37:13

Maar de Heer lacht hem uit en ziet de dag al van zijn ondergang.
Gerelateerd aan Obadja 1:12

Psalmen 54:7

(54:9) hij heeft mij uit de nood gered, onbevreesd zie ik mijn vijanden aan.
1
2
Volgende