Gerelateerd aan Numeri 36:1-4

Gerelateerd aan Numeri 36:1

Numeri 27:1

(1-2) De dochters van Selofchad, die tot een geslacht behoorden dat van Jozefs zoon Manasse afstamde-Selofchad was een zoon van Chefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse-kwamen naar de ingang van de ontmoetingstent en wendden zich tot Mozes, de priester Eleazar, de leiders en het hele volk. Deze vrouwen, Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa genaamd, legden hun het volgende voor:
Gerelateerd aan Numeri 36:1

Jozua 17:2

Het lot wees nu ook grondgebied toe aan de overige mannelijke nakomelingen van Manasse en hun families. Het waren Abiëzer, Chelek, Asriël, Sechem, Chefer en Semida. Zij, de mannelijke nakomelingen van Jozefs zoon Manasse, zijn de stamvaders van de families van Manasse.
Gerelateerd aan Numeri 36:1

Numeri 26:29

Afstammelingen van Manasse: van Machir stamde het geslacht van de Machirieten af, Machir verwekte Gilead, en van Gilead stamde het geslacht van de Gileadieten af.
Gerelateerd aan Numeri 36:1

1 Kronieken 7:14

Zoon van Manasse: Asriël. Zijn Aramese bijvrouw baarde Machir, de vader van Gilead.
Gerelateerd aan Numeri 36:2

Numeri 33:54

Jullie moeten het land door middel van loting onder de verschillende geslachten verdelen. Geef een groot geslacht een groot stuk grond in bezit, een klein geslacht een klein stuk. Het lot bepaalt wat elk geslacht krijgt. Zo moeten jullie het land onder de verschillende stammen verdelen.
Gerelateerd aan Numeri 36:2

Jozua 14:1

(1-2) Dan volgen nu de gebieden die de Israëlieten in Kanaän in bezit kregen en die door de priester Eleazar, door Jozua, de zoon van Nun, en door de stamhoofden van Israël door loting werden toegewezen aan de tweede helft van de stam Manasse en aan de negen andere stammen, zoals de HEER hun bij monde van Mozes had opgedragen.
Gerelateerd aan Numeri 36:2

Jozua 17:3

Maar Selofchad, die een zoon was van Chefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse-Selofchad had geen zonen, maar alleen dochters. Hun namen waren Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa.
Gerelateerd aan Numeri 36:2

Numeri 27:1

(1-2) De dochters van Selofchad, die tot een geslacht behoorden dat van Jozefs zoon Manasse afstamde-Selofchad was een zoon van Chefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse-kwamen naar de ingang van de ontmoetingstent en wendden zich tot Mozes, de priester Eleazar, de leiders en het hele volk. Deze vrouwen, Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa genaamd, legden hun het volgende voor:
Gerelateerd aan Numeri 36:2

Jozua 13:6

kortom, het hele berggebied van de Libanon tot aan Misrefot-Maïm, dus met inbegrip van de streek waar de Sidoniërs wonen. Ik zal al die volken zelf voor Israël verdrijven. Jij hoeft het land alleen maar door loting onder de Israëlieten te verdelen, zoals ik je heb opgedragen.
Gerelateerd aan Numeri 36:2

Job 42:15

In het hele land waren geen mooiere vrouwen dan de dochters van Job. En hun vader gaf aan hen een even groot erfdeel als aan hun broers.
Gerelateerd aan Numeri 36:2

Numeri 26:55

Het lot zal beslissen hoe het land verdeeld moet worden en welk gebied elke stam, overeenkomstig het aantal ingeschrevenen, toegewezen krijgt;
Gerelateerd aan Numeri 36:4

Leviticus 25:23

Land mag nooit verkocht worden, alleen verpand, want het land behoort mij toe en jullie zijn slechts vreemdelingen die bij mij te gast zijn.
Gerelateerd aan Numeri 36:4

Lukas 4:18

‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven,
Gerelateerd aan Numeri 36:4

Leviticus 25:10

Elk vijftigste jaar zal voor jullie een heilig jaar zijn, waarin kwijtschelding wordt afgekondigd voor alle inwoners van het land. Dit is het jubeljaar, waarin ieder naar zijn eigen grond en zijn eigen familie kan terugkeren.
Gerelateerd aan Numeri 36:4

Jesaja 61:2

om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten,