Gerelateerd aan Numeri 16:48
Gerelateerd aan Numeri 16:48
2 Samuel 24:25
Hij bouwde er een altaar voor de HEER en bracht brandoffers en vredeoffers. Daardoor liet de HEER zich ten gunste van het land vermurwen en werd Israël van de plaag verlost.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
1 Timotheüs 2:5
Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,
Gerelateerd aan Numeri 16:48
Numeri 16:18
Iedereen nam een vuurbak, deed er gloeiende kolen in, legde daar reukwerk op en stelde zich bij de ingang van de ontmoetingstent op, net als Mozes en Aäron.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
Jakobus 5:16
Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
1 Thessalonicensen 1:10
en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
1 Kronieken 21:26
Hij bouwde er een altaar voor de HEER en bracht brandoffers en vredeoffers. Hij riep de HEER aan, en de HEER antwoordde hem door vanuit de hemel vuur te laten neerdalen op het altaar waarop het brandoffer lag.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
Numeri 16:35
Toen kwam er een felle vlam uit het heiligdom, die de tweehonderdvijftig mannen die het reukwerk geofferd hadden dodelijk trof.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
Johannes 5:14
Later kwam Jezus hem tegen in de tempel en toen zei hij tegen hem: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’
Gerelateerd aan Numeri 16:48
Numeri 25:8
volgde de Israëliet tot in zijn slaapvertrek en doorstak hem en de vrouw, dwars door hun onderbuik. Op hetzelfde moment werden de Israëlieten van de plaag verlost.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
Psalmen 106:30
Pinechas stond op en kwam tussenbeide, en de plaag werd bedwongen.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
Hebreeën 7:24
terwijl hij priester zonder opvolger is, omdat hij tot in eeuwigheid blijft.
Gerelateerd aan Numeri 16:48
2 Samuel 24:16
Maar toen de engel zijn hand naar Jeruzalem uitstrekte om ook daar dood en verderf te zaaien, begon de HEER het onheil dat was aangericht te betreuren. 'Genoeg!' zei hij tegen de engel. 'Laat je hand zakken!' De engel van de HEER stond bij het bergterras waar de Jebusiet Arauna zijn graan dorste.