Gerelateerd aan Nehemia 7:1
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
Nehemia 6:1
Sanballat, Tobia, de Arabier Gesem en alle anderen die ons vijandig gezind waren, hoorden dat ik de muur had opgebouwd en dat er geen gaten meer in zaten-de deuren had ik overigens nog niet in de poorten laten plaatsen.
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
Nehemia 6:15
Na tweeënvijftig dagen was de muur voltooid, op 25 elul.
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
2 Kronieken 31:2
Jechizkia liet de priesters en de Levieten in dienstafdelingen aantreden en wees de verschillende afdelingen hun taken. Ze waren verantwoordelijk voor de brandoffers en vredeoffers en moesten binnen de poorten van het kamp van de HEER dienst doen en de lofzang verzorgen.
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
1 Kronieken 25:1
De nakomelingen van Asaf, Heman en Jedutun werden door David en de hoofden van de eredienst van de gewone taken vrijgesteld om de lofliederen te zingen onder begeleiding van lieren, harpen en cimbalen. Hier volgt de lijst van de mannen die deze taak moesten verrichten:
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
1 Kronieken 23:1
Toen David oud was geworden en zijn levenseinde naderde, riep hij zijn zoon Salomo tot koning van Israël uit.
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
Nehemia 11:3
Hier volgen de familiehoofden uit de provincie die zich in Jeruzalem vestigden. Hoewel vele Israëlieten, priesters, Levieten, tempelknechten en nakomelingen van de slaven van Salomo in de andere steden van Juda gingen wonen, op hun eigen grond in hun eigen stad,
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
Nehemia 12:24
Het waren: Chasabja, Serebja en Jesua, de zoon van Kadmiël. Dit waren hun verwanten, die afdeling bij afdeling tegenover hen opgesteld stonden bij het zingen van de lof- en dankliederen, naar het voorschrift van David, de godsman:
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
Nehemia 3:1
Eljasib, de hogepriester, begon samen met zijn medepriesters aan de herbouw van de Schaapspoort. Nadat ze die hadden ingewijd, plaatsten ze de deuren en wijdden ze het gedeelte van de Honderdtoren tot de Chananeltoren in.
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
Nehemia 10:39
(10:40) Daarheen moeten de Israëlieten en de Levieten hun bijdragen in graan, wijn en olie brengen. Daar ook bevindt zich het tempelgerei, en daar verblijven de dienstdoende priesters, de poortwachters en de zangers. Nooit zullen wij de tempel van onze God verwaarlozen.'
Gerelateerd aan Nehemia 7:1
Ezra 3:8
In het tweede jaar nadat zij naar Gods tempel in Jeruzalem waren gekomen, in de tweede maand, begonnen Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en Jesua, de zoon van Josadak, en de rest van hun broeders-priesters en Levieten en allen die uit de ballingschap naar Jeruzalem waren teruggekeerd-met het aanstellen van Levieten van twintig jaar en ouder, om toezicht te houden op de werkzaamheden aan de tempel van de HEER.