Gerelateerd aan Micha 7:1
Gerelateerd aan Micha 7:1
Jesaja 24:13
Het zal de aarde en al haar volken vergaan als bij het leegschudden van een olijfboom, als bij het nalezen van een wijngaard.
Gerelateerd aan Micha 7:1
Jesaja 28:4
Dit pronkstuk van de vruchtbare vallei, dit prachtige sieraad, zal als een bloem verwelken, verdwijnen als een vroege vijg, vóór de oogst ontdekt en onmiddellijk opgegeten.
Gerelateerd aan Micha 7:1
Hosea 9:10
Als druiven in de woestijn, zo vond ik Israël, jullie voorouders keurde ik als vroege vijgen, eerstelingen van de vijgenboom. Maar zij-zodra ze in Baäl-Peor waren wijdden ze zich aan de god van de schande. Ze werden even weerzinwekkend als het voorwerp van hun liefde.
Gerelateerd aan Micha 7:1
Jesaja 17:6
slechts een laatste rest blijft er over, zoals bij het oogsten van olijven: twee, drie rijpe vruchten boven in de top, vier, vijf nog aan de takken van de boom- spreekt de HEER, de God van Israël.
Gerelateerd aan Micha 7:1
Jesaja 24:16
Van het einde der aarde horen wij zingen: ‘Hulde aan de rechtvaardige!’ Maar ik verzucht: ‘Wee mij! Verloren, verloren ben ik! Verraders plegen verraad, hoe verraderlijk is het verraad van verraders.’
Gerelateerd aan Micha 7:1
Jeremia 4:31
Ik hoor een kreet van pijn, als van een vrouw die de eerste keer baart. Vrouwe Sion kreunt, zij heft haar handen ten hemel: ‘Wee mij! Ik bezwijk in handen van moordenaars.’
Gerelateerd aan Micha 7:1
Psalmen 120:5
Ach, dat ik moet wonen in Mesech, ver van huis bij de tenten van Kedar.
Gerelateerd aan Micha 7:1
Jesaja 6:5
Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.’
Gerelateerd aan Micha 7:1
Jeremia 45:3
Je hebt gezegd: “Wee mij, de HEER heeft mijn leed met leed vermeerderd, moe ben ik van zuchten, rust vond ik niet.”
Gerelateerd aan Micha 7:1
Jeremia 15:10
‘Wee mij! Ach moeder, dat u mij moest baren! Ik wek overal ergernis, iedereen bestrijdt mij. Ik ben niemands schuldeiser, en heb zelf geen schulden, toch word ik door iedereen vervloekt.