Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Handelingen 16:39

Dus gingen ze zelf naar de gevangenis, spraken op vriendelijke toon tegen hen en lieten hen vrij met het verzoek uit de stad te vertrekken.
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Lukas 5:8

Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Job 21:14

Ze zeggen tegen God: "Blijf ver van ons, wij willen niet de wegen volgen die u wijst.
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

1 Koningen 17:18

Toen zei de vrouw tegen Elia: 'Wat heb ik u misdaan, godsman? Bent u soms naar me toe gekomen om mijn zonden aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?'
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Job 22:17

Steeds weer zeiden ze tot God: "Wend u van ons af. Wat kan de Ontzagwekkende voor ons doen?"
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Lukas 8:37

En de hele mensenmenigte uit het gebied van de Gerasenen verzocht hem hen te verlaten, want angst en ontzetting hadden hen aangegrepen. Jezus stapte in de boot om terug te gaan.
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

1 Samuel 16:4

Samuël deed wat de HEER had gezegd. Toen hij in Betlehem aankwam, kwamen de oudsten van de stad hem ongerust tegemoet en vroegen: 'Uw komst is toch geen slecht teken?'
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Markus 5:17

Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten.
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Deuteronomium 5:25

Maar moeten we ons leven nu opnieuw op het spel zetten? Dit enorme vuur zal ons levend verbranden! Als we de stem van de HEER, onze God, nogmaals horen, zullen we zeker sterven.
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Mattheüs 8:29

Ze begonnen te schreeuwen en te roepen: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Zoon van God? Ben je hier gekomen om ons pijn te doen nog voordat de tijd daarvoor is aangebroken?’
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

Lukas 8:28

Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor hem neer en riep luidkeels: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik smeek je, doe me geen pijn!’
Gerelateerd aan Mattheüs 8:34

1 Koningen 18:17

en zodra hij hem in het oog kreeg riep hij uit: 'Bent u het, Elia? U, die Israël in het ongeluk hebt gestort?'