Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Mattheüs 27:4

en zei: ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.’ Maar zij zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Psalmen 26:6

Ik zal mijn handen in onschuld wassen, een rondgang maken om uw altaar, HEER,
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Deuteronomium 21:6

De oudsten van de stad het dichtst bij het lijk moeten dan boven de dode koe hun handen wassen,
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

2 Korinthe 5:21

God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

1 Petrus 3:18

Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Mattheüs 26:5

‘Maar niet op het feest, ‘zeiden ze, ‘want dan komt het volk in opstand.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Job 9:30

Al zou ik me wassen met sneeuw en mijn handen reinigen met loog,
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Johannes 19:4

Pilatus liep weer naar buiten en zei: ‘Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Mattheüs 27:54

Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Mattheüs 27:9

Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia: ‘En ze verzamelden de dertig zilverstukken, het bedrag waarop hij geschat was en dat ze hadden bepaald met de zonen van Israël,
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Handelingen 3:14

U hebt de Heilige en Rechtvaardige verstoten en geëist dat aan een moordenaar gratie verleend zou worden.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Jeremia 2:27

Ze zeggen tegen een blok hout: “U bent onze vader, ”tegen een stuk steen: “U hebt ons gebaard.” Ze hebben mij de rug toegekeerd, ze kijken mij niet langer aan. Maar als ze in nood zijn, roepen ze: “Kom toch, red ons!”
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Jeremia 2:35

En je durft ook nog te zeggen: “Maar ik ben onschuldig, Gods toorn gaat voorbij.” Omdat je zegt: “Ik heb niet gezondigd,” daarom klaag ik je aan.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:24

Mattheüs 27:19

Terwijl hij op de rechterstoel zat, werd hem een boodschap van zijn vrouw gebracht: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige! Om hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten doorstaan.’