Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Lukas 22:33

Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven.’
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Psalmen 119:116

Steun mij zoals u hebt beloofd, en ik zal leven, beschaam mijn verwachting niet.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Johannes 13:36

Simon Petrus vroeg: ‘Waar gaat u naartoe, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Ik ga ergens naartoe waar jij nog niet kunt komen, later zul je mij volgen.’
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Spreuken 28:25

Wie hebzuchtig is, ontketent ruzie, wie op de HEER vertrouwt, wordt rijk.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Spreuken 20:6

Velen roemen hun eigen trouw, maar wie vindt een mens die werkelijk betrouwbaar is?
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Psalmen 17:5

mijn voeten volgden uw spoor, mijn stappen wankelden niet.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Romeinen 12:10

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Jeremia 17:9

Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen?
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Johannes 21:15

Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Spreuken 16:18

Hooghartigheid gaat vooraf aan ellende, hoogmoed komt voor de val.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

1 Petrus 5:5

En u, jongeren, moet van uw kant het gezag van de oudsten erkennen. Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Filippensen 2:3

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:33

Markus 14:29

Petrus zei tegen hem: ‘Misschien zal iedereen ten val komen, maar ik niet!’