Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Johannes 12:16
Zijn leerlingen begrepen dit aanvankelijk niet, maar later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hem geschreven stond, en dat het zo ook gebeurd was.
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Handelingen 9:5
Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt.
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Lukas 5:21
De schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Ruth 1:19
Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem. Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen: 'Dat is toch Noömi?'
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Hooglied 3:6
Wie is zij, die daar komt uit de woestijn als een zuil van rook, in een wolk van wierook en mirre, in een geur van kostbare kruiden?
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
1 Samuel 16:4
Samuël deed wat de HEER had gezegd. Toen hij in Betlehem aankwam, kwamen de oudsten van de stad hem ongerust tegemoet en vroegen: 'Uw komst is toch geen slecht teken?'
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Lukas 20:2
en vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven? Zeg ons dat eens.’
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Mattheüs 2:3
Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem.
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Jesaja 63:1
‘Wie is het die uit Edom komt, uit Bosra, in purper gekleed, met praal getooid, die zich groots en machtig verheft?’ Ik ben het die in gerechtigheid spreekt en bij machte is te redden.
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Lukas 9:9
Herodes zei: ‘Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dan degene over wie ik dergelijke dingen hoor?’ Hij zocht naar een gelegenheid om hem te ontmoeten.
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Lukas 7:49
Zijn tafelgenoten dachten bij zichzelf: Wie is hij, dat hij zelfs zonden vergeeft?
Gerelateerd aan Mattheüs 21:10
Johannes 2:18
Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?’