Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Lukas 17:1
Tegen zijn leerlingen zei hij: ‘Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, alleen: wee degene die daarvoor verantwoordelijk is!
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
1 Korinthe 11:19
Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is, zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Mattheüs 26:24
De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
2 Petrus 2:15
Ze zijn afgedwaald, ze hebben de rechte weg verlaten en treden in de voetsporen van Bileam, de zoon van Bosor, die zich maar al te graag liet betalen voor onrecht.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Judas 1:4
Er hebben zich namelijk ongemerkt mensen onder u gemengd van wie het vonnis al lang geleden schriftelijk is vastgelegd: goddelozen, die de genade van onze God misbruiken als voorwendsel voor losbandigheid en die onze enige meester en Heer, Jezus Christus, verloochenen.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
2 Petrus 2:2
Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
1 Timotheüs 4:1
Maar de Geest zegt nadrukkelijk dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Openbaring 2:14
Maar enkele dingen heb ik tegen u: sommigen houden vast aan de leer van Bileam, die Balak liet weten hoe hij voor de Israëlieten een val moest opzetten, waardoor ze heidens offervlees zouden gaan eten en ontucht zouden plegen.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Judas 1:11
Wee hun! Ze gaan de weg van Kaïn, net als Bileam geven ze zich voor geld over aan bedrog, en net als Korach gaan ze aan hun opstandigheid ten onder.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Openbaring 2:20
Maar dit heb ik tegen u: u laat die Izebel, die zichzelf profetes noemt, haar gang gaan terwijl ze mijn dienaren met haar uitspraken tot ontucht en het eten van heidens offervlees verleidt.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Romeinen 2:23
U laat u voorstaan op de wet, maar onteert God door de wet te overtreden,
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Openbaring 19:20
Het beest werd gevangengenomen, samen met de valse profeet die in zijn bijzijn tekenen had verricht, waardoor hij iedereen had misleid die het merkteken van het beest droeg en zijn beeld aanbad. Levend werden ze in de vuurpoel met brandende zwavel gegooid.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Titus 2:8
en verkondig de heilzame, onbetwistbare boodschap, zodat onze tegenstanders beschaamd staan en niets kwaads over ons kunnen zeggen.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
Titus 2:5
dat ze ingetogen, kuis, zorgzaam in het huishouden en vriendelijk moeten zijn, en dat ze het gezag van hun man moeten erkennen. Dan wordt het woord van God in ere gehouden.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
2 Thessalonicensen 2:3
Laat u door niemand misleiden, op geen enkele manier. De dag van de Heer breekt niet aan voordat velen zich van het geloof hebben afgekeerd en de wetteloze mens verschenen is, hij die verloren zal gaan.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
2 Timotheüs 3:1
Weet dat de laatste dagen zwaar zullen zijn.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
2 Timotheüs 4:3
Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
1 Samuel 2:22
Inmiddels was Eli op hoge leeftijd gekomen. Van tijd tot tijd bereikten hem geruchten over wat zijn zonen de Israëlieten allemaal aandeden, en dat ze zelfs sliepen met de vrouwen die dienst deden bij de ingang van de ontmoetingstent.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
1 Timotheüs 5:14
Daarom wil ik dat jonge weduwen hertrouwen, kinderen krijgen, het huishouden regelen en onze tegenstanders geen aanleiding geven om kwaad van ons te spreken.
Gerelateerd aan Mattheüs 18:7
1 Timotheüs 6:1
Wie het slavenjuk draagt, moet zijn meester hoogachten, zodat Gods naam en de leer niet worden bespot.
1
2