Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Lukas 11:29

Toen er steeds meer mensen toestroomden, zei hij: ‘Dit is een verdorven generatie! Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Mattheüs 12:39

Hij antwoordde: ‘Dit is een verdorven en trouweloze generatie. Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van de profeet Jona.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Jona 1:17

(2:1) De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Markus 8:38

Wie zich tegenover de trouweloze en zondige mensen van deze tijd schaamt voor mij en mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem schaamt, wanneer hij komt in het gezelschap van de heilige engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader.’
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Hosea 4:17

Het volk van Efraïm heeft zich vergooid aan afgodsbeelden-laat het maar!
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Markus 5:17

Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Mattheüs 15:14

Laat ze toch, die blinde blindengeleiders! Als de ene blinde de andere leidt, vallen ze samen in een kuil.’
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Genesis 6:3

Toen dacht de HEER: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Hosea 9:12

Ook al brengen zij hun kinderen groot, kinderloos maak ik hen, niemand blijft over. Groot onheil is hun deel wanneer ik van hen wijk.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Markus 8:12

Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Handelingen 18:6

Maar omdat ze zich verzetten en lasterlijke taal spraken, schudde hij het stof van zijn kleren en zei: ‘U roept zelf het onheil over u af! Mij treft geen blaam. Voortaan zal ik me tot de heidenen richten.’
Gerelateerd aan Mattheüs 16:4

Handelingen 2:40

Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’