Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Markus 8:30

Hij verbood hun op strenge toon om met iemand hierover te spreken.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Lukas 9:21

Hij beval hun op strenge toon dat tegen niemand te zeggen.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Mattheüs 17:9

Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Mattheüs 8:4

Jezus zei tegen hem: ‘Denk erom dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen het offer dat Mozes heeft voorgeschreven.’
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Johannes 1:41

Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden’ (dat is Christus, ‘gezalfde’),
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Lukas 9:36

Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen. Ze zwegen over het voorval en vertelden in die tijd aan niemand wat ze hadden gezien.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Johannes 20:31

maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

1 Johannes 2:22

Bestaat er een grotere leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de christus is? De antichrist is ieder die de Vader en de Zoon niet erkent.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Handelingen 2:36

Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Johannes 1:45

Hij kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

1 Johannes 5:1

Ieder die gelooft dat Jezus de christus is, is uit God geboren, en ieder die de Vader liefheeft, heeft ook lief wie uit hem geboren zijn.
Gerelateerd aan Mattheüs 16:20

Markus 9:9

Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.