Gerelateerd aan Markus 7:34
Gerelateerd aan Markus 7:34
Markus 6:41
Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde hij onder allen die er waren.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Markus 8:12
Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’
Gerelateerd aan Markus 7:34
Johannes 11:41
Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek hij omhoog en zei: ‘Vader, ik dank u dat u mij hebt verhoord.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Johannes 11:33
Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en dat ergerde hem. Diep bewogen
Gerelateerd aan Markus 7:34
Johannes 17:1
Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Handelingen 9:34
Petrus zei tegen hem: ‘Eneas, Jezus Christus geneest u! Sta op en breng nu zelf uw bed in orde.’ Onmiddellijk stond hij op.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Johannes 11:35
Jezus begon ook te huilen,
Gerelateerd aan Markus 7:34
Markus 5:41
Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!‘ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’
Gerelateerd aan Markus 7:34
Johannes 11:38
Ook dit ergerde Jezus. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Johannes 11:43
Daarna riep hij: ‘Lazarus, kom naar buiten!’
Gerelateerd aan Markus 7:34
Lukas 18:42
Jezus zei: ‘Zie weer! Uw geloof heeft u gered.’
Gerelateerd aan Markus 7:34
Lukas 19:41
Toen hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon hij te huilen over het lot van de stad.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Ezechiel 21:6
(21:11) En jij, mensenkind, kerm! Kerm van verdriet waar zij bij zijn, kerm als een gebroken man.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Lukas 7:14
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan-de dragers bleven stilstaan-en zei: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’
Gerelateerd aan Markus 7:34
Jesaja 53:3
Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Markus 15:34
Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide stem: ‘Eloï, Eloï, lema sabachtani?‘, wat in onze taal betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Gerelateerd aan Markus 7:34
Handelingen 9:40
Petrus stuurde iedereen weg, waarna hij knielde om te bidden. Na het gebed draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!’ Ze opende haar ogen, en toen ze Petrus zag ging ze rechtop zitten.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Hebreeën 4:15
Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde.
Gerelateerd aan Markus 7:34
Markus 1:41
Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’