Gerelateerd aan Markus 15:29
Gerelateerd aan Markus 15:29
Markus 14:58
‘We hebben hem horen zeggen: “Ik zal die door mensenhanden gemaakte tempel afbreken en in drie dagen een andere opbouwen die niet door mensenhanden gemaakt is.”’
Gerelateerd aan Markus 15:29
Psalmen 109:25
Ik wek de lachlust op, wie mij ziet schudt meewarig het hoofd.
Gerelateerd aan Markus 15:29
Klaagliederen 2:15
Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’
Gerelateerd aan Markus 15:29
Klaagliederen 1:12
Jullie die hier voorbijgaan, raakt het jullie niet? Merk toch op en zie: is er leed als het leed dat mij wordt aangedaan, dat de HEER op de dag van zijn toorn over mij heeft uitgestort?
Gerelateerd aan Markus 15:29
Psalmen 69:26
(69:27) Want zij vervolgen wie u hebt geslagen, en wegen het leed van wie door u is verwond.
Gerelateerd aan Markus 15:29
Psalmen 22:12
(22:13) Een troep stieren staat om mij heen, buffels van Basan omsingelen mij,
Gerelateerd aan Markus 15:29
Mattheüs 27:39
De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem:
Gerelateerd aan Markus 15:29
Mattheüs 26:61
die zeiden: ‘Die man heeft gezegd: “Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen weer opbouwen.”’
Gerelateerd aan Markus 15:29
Psalmen 69:19
(69:20) U kent mijn smaad, mijn schande, mijn schaamte, al mijn belagers staan voor u.
Gerelateerd aan Markus 15:29
Psalmen 69:7
(69:8) Om u moet ik smaad verduren en bedekt het schaamrood mijn gezicht.
Gerelateerd aan Markus 15:29
Psalmen 35:15
Maar toen ik dreigde te vallen, verheugden zij zich, ze liepen te hoop en sloegen me onverwachts neer, ze hadden me willen verscheuren,
Gerelateerd aan Markus 15:29
Johannes 2:18
Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?’
Gerelateerd aan Markus 15:29
Genesis 37:19
‘Kijk daar eens, ‘zeiden ze tegen elkaar, ‘daar komt die meesterdromer aan.
Gerelateerd aan Markus 15:29
Psalmen 22:7
(22:8) Allen die mij zien, bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd: