SV
32Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van den duivel bezeten waren.
33En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur.
34En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
39En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galilea, en wierp de duivelen uit.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637