Gerelateerd aan Markus 1:19
Gerelateerd aan Markus 1:19
Markus 5:37
Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Gerelateerd aan Markus 1:19
Markus 9:2
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante,
Gerelateerd aan Markus 1:19
Markus 14:33
Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden
Gerelateerd aan Markus 1:19
Handelingen 1:13
Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Gerelateerd aan Markus 1:19
Markus 3:17
Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Johannes, de broer van Jakobus (aan deze twee gaf hij de naam Boanerges, wat ‘zonen van de donder’ betekent),
Gerelateerd aan Markus 1:19
Mattheüs 4:21
Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen
Gerelateerd aan Markus 1:19
Markus 10:35
Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat u voor ons doet wat we u vragen.’
Gerelateerd aan Markus 1:19
Handelingen 12:2
Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen.