SV
18En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.
19En van daar een weinig voortgegaan zijnde, zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, en dezelven in het schip hun netten vermakende.
20En terstond riep Hij hen; en zij, latende hun vader Zebedeus in het schip, met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637