SV
14Namelijk Simon, welken Hij ook Petrus noemde; en Andreas zijn broeder, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeus;
15Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes;
16Judas, den broeder van Jakobus, en Judas Iskariot, die ook de verrader geworden is.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637