Lukas 15:18-24

SV

18Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u;
19En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.
20En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.
21En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.
22Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten;
23En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn.
24Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn.

KJV

18I will arise and go to my father, and will say unto him, Father, I have sinned against heaven, and before thee,
19And am no more worthy to be called thy son: make me as one of thy hired servants.
20And he arose, and came to his father. But when he was yet a great way off, his father saw him, and had compassion, and ran, and fell on his neck, and kissed him.
21And the son said unto him, Father, I have sinned against heaven, and in thy sight, and am no more worthy to be called thy son.
22But the father said to his servants, Bring forth the best robe, and put it on him; and put a ring on his hand, and shoes on his feet:
23And bring hither the fatted calf, and kill it; and let us eat, and be merry:
24For this my son was dead, and is alive again; he was lost, and is found. And they began to be merry.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.