SV
11En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven?
12Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?
13Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637