Gerelateerd aan Lukas 1:20, 64
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Ezechiel 3:26
Ik zal ervoor zorgen dat je tong aan je gehemelte vastkleeft, zodat je stom zult zijn. Je mag hen niet meer waarschuwen, want ze zijn hoe dan ook opstandig.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Ezechiel 24:27
Op die dag zal je mond geopend worden, je zult weer kunnen spreken en niet langer stom zijn. Zo zul je voor het volk een teken zijn, en zij zullen weten dat ik de HEER ben.'
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Markus 9:19
Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie verdragen? Breng hem bij me.’
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Exodus 4:11
De HEER zei: 'Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER?
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Openbaring 3:19
Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Lukas 1:45
Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Numeri 20:12
De HEER zei tegen Mozes en Aäron: 'Omdat jullie niet op mij vertrouwd hebben, en in het bijzijn van de Israëlieten geen ontzag hebben getoond voor mijn heiligheid, zullen jullie dit volk niet in het land brengen dat ik het geef.'
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Lukas 1:62
Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde noemen.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
2 Koningen 7:19
had de adjudant van de koning geantwoord: 'Zelfs al zou de HEER de hemelsluizen openzetten, wat u daar zegt is toch onmogelijk!' Daarop had Elisa gezegd: 'U zult het met eigen ogen zien, maar u zult niet de kans krijgen ervan te eten.'
Gerelateerd aan Lukas 1:20
2 Timotheüs 2:13
als wij hem ontrouw zijn, blijft hij ons trouw, want zichzelf verloochenen kan hij niet.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Genesis 18:10
Toen zei een van hen: ‘Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben.’ Sara, die in de ingang van de tent stond, achter de man, hoorde dat.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Lukas 1:22
Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Hebreeën 6:18
Met deze twee onomkeerbare daden-die uitsluiten dat God liegt-heeft hij ons krachtig moed in willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Markus 16:14
Ten slotte verscheen hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die hem hadden gezien nadat hij uit de dood was opgewekt.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Titus 1:2
die hoop geeft op het eeuwige leven dat God, die niet liegt, vóór alle tijden heeft beloofd.
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Jesaja 7:9
Het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is die zoon van Remaljahu. Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.”’
Gerelateerd aan Lukas 1:20
2 Koningen 7:2
De adjudant die de koning begeleidde nam het woord en zei: 'Zelfs al zou de HEER de hemelsluizen openzetten, wat u daar zegt is toch onmogelijk!' Maar Elisa antwoordde: 'U zult het met eigen ogen zien, maar u zult niet de kans krijgen ervan te eten.'
Gerelateerd aan Lukas 1:20
Romeinen 3:3
Maar wat is daarvan de zin? Wanneer sommigen van hen God ontrouw zijn geworden, zal dat dan geen einde maken aan Gods trouw?
Gerelateerd aan Lukas 1:64
Lukas 1:20
Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.’
Gerelateerd aan Lukas 1:64
Daniel 4:34
(4:31) Maar toen de zeven jaren verstreken waren, sloeg ik, Nebukadnessar, mijn ogen naar de hemel op en keerde mijn verstand in mij terug. Ik prees de hoogste God, ik roemde en verheerlijkte de eeuwig Levende: zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij en zijn koningschap duurt van generatie tot generatie voort.
1
2