Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Genesis 28:22
Deze steen die ik gewijd heb, zal dan een huis van God worden-en ik beloof dat ik u dan een tiende deel zal afstaan van alles wat u mij geeft.’
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Genesis 14:20
Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde hij aan u uit.’ Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
2 Kronieken 31:5
Zodra dit bevel was afgekondigd, stonden de Israëlieten met gulle hand vruchten van de nieuwe oogst af, van hun graan, wijn, olie en vruchtenstroop en alle andere voortbrengselen van het land, en leverden ze ruimhartig een tiende van hun oogst in.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Nehemia 13:12
en alle Judeeërs brachten hun tienden van graan, wijn en olie naar de voorraadkamers.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Nehemia 12:44
Op die dag werden er mannen aangesteld tot opzichters van de voorraadkamers waarin de opbrengst van de eerste oogst en de tienden bijeengebracht werden, namelijk het deel dat volgens de wet aan de priesters en de Levieten toekwam, al naar gelang de opbrengst van de rond de steden gelegen akkers. Juda schepte namelijk vreugde in de priesters en de Levieten die dienst deden.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Nehemia 13:5
voor deze Tobia een groot vertrek ingericht. Het was het vertrek waar vroeger de graanoffers werden opgeslagen, en ook de wierook en het tempelgerei; en verder de tienden van graan, wijn en olie die aan de Levieten, de zangers en de poortwachters toekwamen, en de bijdragen voor de priesters.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Lukas 18:12
Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
2 Kronieken 31:12
werd alles wat werd afgedragen, dus de tienden en de heilige gaven, steeds daarheen gebracht. De Leviet Konanjahu werd belast met het toezicht op de gang van zaken en zijn broer Simi was zijn plaatsvervanger.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Mattheüs 23:23
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Lukas 11:42
Maar wee jullie Farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Numeri 18:21
Wat de Levieten betreft, hun geef ik alle tienden van de Israëlieten in bezit, als vergoeding voor de werkzaamheden die ze bij de ontmoetingstent verrichten.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Hebreeën 7:5
De afstammelingen van Levi die het priesterambt ontvangen, moeten volgens de wet tienden heffen van het volk, dat wil zeggen van hun broeders en zusters, die toch ook nakomelingen van Abraham zijn.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Deuteronomium 12:5
U mag u daarvoor alleen naar de plaats begeven die hij in een van uw stamgebieden zal kiezen om er zijn naam te laten wonen. Ga dus naar de plaats waar hij woont
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Maleachi 3:8
Vinden jullie dat een mens God mag bestelen? Toch bestelen jullie mij, en zeggen dan: 'Hoezo bestelen we u?' Door de tienden en de heffingen achter te houden!
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Deuteronomium 14:22
Ieder jaar moet u het tiende deel van de opbrengst van uw akkers afdragen.
Gerelateerd aan Leviticus 27:30
Nehemia 10:37
(10:38) Ook het eerste deeg zullen wij naar de priesters brengen, naar de voorraadkamers van de tempel van onze God, evenals wat wij moeten afdragen van het fruit van de boomgaarden, de wijn en de olie. Een tiende van de opbrengst van het land is voor de Levieten. Zij mogen zelf in alle gebieden waar wij werken tienden heffen;