Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Ezechiel 21:7

(21:12) Als ze je dan vragen: "Waarom kerm je zo?" zeg dan: "Er gaat een onheilsboodschap rond! De angst zal alle mensen om het hart slaan, hun armen zullen slap langs hun lichaam hangen, ze worden wanhopig, het water loopt hun langs de benen. Het komt, het zal gebeuren! -zo spreekt God, de HEER."'
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Jesaja 30:17

Duizend zullen er vluchten voor het dreigen van één, voor het dreigen van vijf vluchten jullie allen. Al wat er van jullie rest is als een paal op een bergtop, als een vaandel op een heuvel.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Leviticus 26:17

Ik zal mij tegen jullie keren, zodat jullie door je vijanden verslagen worden. Jullie zullen worden overheerst door mensen die je haten, en op de vlucht slaan, zelfs als niemand je verjaagt.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Spreuken 28:1

Een goddeloze vlucht, ook al is er niemand die hem achtervolgt, een rechtvaardige voelt zich zo veilig als een leeuw.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

2 Koningen 7:6

De Heer had namelijk in het Aramese kamp het geluid laten klinken van paarden en wagens, van een groot leger, en de Arameeërs hadden tegen elkaar gezegd: 'Hoor, de koning van Israël heeft de koningen van de Hethieten en van Egypte ingehuurd om ons aan te vallen.'
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Ezechiel 21:12

(21:17) Schreeuw het uit, mensenkind, en sla je op je heup, want het zwaard treft mijn volk, het verwondt Israëls vorsten, mijn volk wordt door het zwaard geveld.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Job 15:21

De stem van de verschrikking buldert in zijn oren, zelfs in tijd van voorspoed dreigt hem de verwoester.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Jozua 5:1

Toen de koningen van de Amorieten ten westen van de Jordaan en de koningen van de Kanaänieten bij de zee hoorden dat de HEER de Jordaan had drooggelegd, zodat de Israëlieten konden oversteken, sloeg de angst voor Israël hun om het hart en werden ze door wanhoop bevangen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Deuteronomium 28:65

Denk niet dat u bij die volken op adem kunt komen of een plek krijgt om te rusten. De HEER zal u daar in angst laten leven en u, met doffe ogen, een kwijnend bestaan laten leiden.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

1 Samuel 17:24

Bij het zien van Goliat renden de Israëlieten angstig weg.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Deuteronomium 1:44

De Amorieten, die daar wonen, kwamen op u af en achtervolgden u als een zwerm bijen. Ze brachten u in het Seïrgebergte een verpletterende nederlaag toe en joegen u na tot aan Chorma.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Jesaja 7:2

Toen het koningshuis van David het bericht kreeg dat Aram en Efraïm de krachten gebundeld hadden, sloeg de koning en zijn volk de schrik om het hart, en zij beefden als bomen in de storm.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Ezechiel 21:15

(21:20) De schrik slaat hun om het hart, velen struikelen en vallen! Het zwaard stuur ik af op hun steden, verwoestend doet het zijn werk. Ja, het is gemaakt om te bliksemen het is gewet om te slachten.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

2 Kronieken 14:14

(14:13) Ze veroverden alle steden in de omgeving van Gerar, die door vrees voor de HEER waren bevangen, en plunderden die omdat er een rijke buit te halen viel.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Jozua 2:9

'Ik weet, 'zei ze tegen hen, 'dat de HEER dit land aan jullie heeft gegeven. Wij zijn door angst overmand. Alle inwoners van dit land zijn doodsbang voor jullie,
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Leviticus 26:7

Jullie zullen je vijanden op de vlucht jagen en zij zullen door jullie zwaard worden geveld.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Genesis 35:5

Daarna braken ze op. God joeg de inwoners van de steden in de omtrek zo’n angst aan dat ze het niet waagden Jakobs zonen te achtervolgen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:36

Jesaja 7:4

Zeg tegen hem: “Houd het hoofd koel, laat u geen schrik aanjagen door die twee smeulende stukken hout, Resin van Aram en de zoon van Remaljahu, hoe hoog hun woede ook oplaait.