Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Deuteronomium 4:27
De HEER zal u uiteenjagen en u wegvoeren naar vreemde volken, waar maar een klein aantal van u zal overblijven.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Ezechiel 20:23
Wel zwoer ik in de woestijn dat ik hen zou verspreiden onder vreemde volken en verstrooien in verre landen,
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Zacharia 7:14
Als een stormwind zal ik hen uiteenjagen naar onbekende volken.' Het land bleef ontvolkt achter; niemand trok erdoorheen en niemand keerde er terug. Zo is dit heerlijke land door hun toedoen een woestenij geworden.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Psalmen 44:11
(44:12) U hebt ons als slachtvee uitgeleverd, ons onder vreemde volken verstrooid,
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Ezechiel 22:15
Ik zal je verdrijven naar verre landen en verspreiden onder vreemde volken; ik zal een einde maken aan je onreinheid.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Lukas 21:24
De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Jeremia 9:16
Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Kijk rond, roep de klaagvrouwen, vraag of ze komen, roep de wijze vrouwen bijeen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Klaagliederen 1:3
Juda is verbannen na een tijd van nood en zware onderdrukking; zij zit neer te midden van de volken, maar vindt geen rust: haar vervolgers belagen haar, drijven haar in het nauw.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Deuteronomium 28:64
want de HEER zal u uiteenjagen en onder alle volken verstrooien, tot in de verste uithoeken van de aarde. Daar zult u andere goden vereren, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van hout en van steen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Jakobus 1:1
Van Jakobus, dienaar van God en van de Heer Jezus Christus. Aan de twaalf stammen in de diaspora. Ik groet u.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Ezechiel 12:14
Zijn getrouwen, zijn lijfwacht en al zijn troepen zal ik in alle windrichtingen uiteendrijven en met getrokken zwaard achtervolgen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:33
Klaagliederen 4:15
‘Ga weg! Onrein!’ riep men hun toe. ‘Weg! Ga weg, raak niets aan!’ Ze zijn vertrokken en doolden rond, want overal zei men: ‘Hier kunnen ze niet blijven.’