Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Micha 6:14

Nu zul je eten maar niet verzadigd worden, en je darmen raken verstopt. Wat je opbergt kun je niet behouden, en wat je wel behoudt laat ik ten prooi vallen aan het zwaard.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Jesaja 3:1

Voorwaar, God, de HEER van de hemelse machten, ontneemt Jeruzalem en Juda hun stut en steun: alle steun van brood en water,
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Psalmen 105:16

Hij riep een hongersnood over het land af en vernietigde elke voorraad brood.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Ezechiel 5:16

Jullie zullen worden bespot en gesmaad wanneer ik de kwade pijlen van de honger, die dood en verderf zaaien, op je afschiet. Ik zal ze op jullie afschieten om jullie te gronde te richten: ik zal het brood dat jullie staande houdt schaars maken, ik zal jullie honger laten lijden.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Ezechiel 4:16

Ook zei hij tegen mij: 'Mensenkind, let op! Spoedig zal ik in Jeruzalem het brood dat het volk staande houdt, schaars maken. Dan zullen ze het brood dat ze eten, moeten afwegen en daarbij door zorgen worden verteerd, en het water dat ze drinken, moeten afmeten en daardoor van wanhoop worden vervuld.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Jesaja 9:20

(9:19) men bijt naar rechts, maar de honger blijft, men hapt naar links, maar raakt niet verzadigd, zelfs het vlees van hun verwanten eten zij.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Ezechiel 14:13

'Stel, mensenkind, dat een heel land tegen mij zondigt door mij ontrouw te worden en ik treed tegen dat land op, ik maak het brood dat het volk staande houdt schaars, zodat het honger lijdt, en ik roei mens en dier uit,
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Haggaï 1:6

Jullie hebben veel gezaaid maar weinig geoogst; jullie eten maar raken nooit verzadigd, jullie drinken maar nooit is het genoeg, jullie kleden je maar krijgen het nooit warm; de dagloner krijgt zijn geld maar het verdwijnt in een beurs vol gaten.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Klaagliederen 4:3

Zelfs een jakhals biedt haar jongen haar tepels om ze te zogen, maar mijn volk is wreed geworden, als een struisvogel in de woestijn.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Hosea 4:10

(10-11) Ze zullen eten maar niet verzadigd raken, overspel plegen maar zich niet voortplanten. Want ze hebben de HEER verlaten en vereren nu ontucht en wijn, waardoor het verstand beneveld raakt.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Ezechiel 4:10

Het brood dat je eet moet worden afgewogen: je krijgt maar twintig sjekel per dag, elke dag weer.
Gerelateerd aan Leviticus 26:26

Jeremia 14:12

Ook al vasten ze, ik zal niet naar hun smeekbeden luisteren. Ook al brengen ze brandoffers en graanoffers, die zullen mij niet behagen. Ik zal hen vernietigen met het zwaard, de honger en de pest.’