Gerelateerd aan Leviticus 25:35-42

Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Deuteronomium 15:7

Zou er in een van de steden in het land dat de HEER, uw God, u zal geven toch iemand uit uw eigen volk gebrek lijden, dan mag dat u niet koud laten. U mag uw hand niet op de zak houden,
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Psalmen 112:5

Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig, wie zijn zaken eerlijk behartigt.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Psalmen 112:9

Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd, hij zal stijgen in aanzien en eer.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Lukas 6:35

Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Psalmen 37:26

hij is vol mededogen en leent uit, elke dag, voor zijn kinderen is hij een zegen.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Psalmen 41:1

Voor de koorleider. Een psalm van David. (41:2) Gelukkig wie zorgt voor de armen; in kwade dagen zal de HEER hem uitkomst geven,
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

1 Johannes 3:17

Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Handelingen 11:29

De leerlingen besloten dat de broeders en zusters in Judea ondersteund moesten worden. Ze droegen elk naar vermogen bij
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Spreuken 14:31

Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper, wie zich over een arme ontfermt, eert hem.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Galaten 2:10

Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Exodus 23:9

Vreemdelingen mag je niet uitbuiten. Jullie weten immers hoe het voelt om vreemdeling te zijn, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in Egypte.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Leviticus 19:34

Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben de HEER, jullie God.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Romeinen 12:18

Stel, voorzover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

2 Korinthe 9:12

Uw bijdrage aan de collecte heft immers niet alleen het gebrek van de heiligen in Jeruzalem op, maar leidt er bovendien toe dat ze God uitbundig danken.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Spreuken 17:5

Wie een verschoppeling bespot, beledigt zijn schepper, wie zich over iemands ongeluk verheugt, blijft niet ongestraft.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Leviticus 25:25

Wanneer een van jullie tot armoede vervalt en een deel van zijn grond moet verpanden, kan zijn losser, zijn naaste verwant, zich aanmelden om het pand voor hem in te lossen.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Hebreeën 13:2

en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Markus 14:7

Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Spreuken 19:17

Wie barmhartig is voor een arme leent aan de HEER, die zal hem zijn weldaad vergoeden.
Gerelateerd aan Leviticus 25:35

Spreuken 14:20

Een arm mens wordt zelfs door zijn vriend gehaat, wie rijk is heeft veel vrienden.
1
2
3
4
Volgende