Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Leviticus 10:3
Mozes zei tegen Aäron: 'Dit bedoelde de HEER toen hij zei: "Door degenen die in mijn nabijheid verkeren, toon ik mijn heiligheid. Het hele volk maak ik getuige van mijn majesteit."' Aäron zweeg.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Numeri 16:5
Daarna zei hij tegen Korach en zijn aanhang: 'Morgen zal de HEER bekendmaken wie hem toebehoort, wie heilig is en in zijn nabijheid mag verkeren. Wie hij zal uitkiezen, mag in zijn nabijheid komen.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Psalmen 65:4
(65:5) Gelukkig wie door u gekozen is en u mag naderen, hij mag wonen in uw voorhoven. Wij genieten het goede van uw huis, het heilige van uw tempel.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Leviticus 21:21
Geen enkele nakomeling van de priester Aäron die een gebrek heeft, mag aantreden om de offergaven aan de HEER aan te bieden. Omdat hij een gebrek heeft mag hij niet aantreden om voedsel aan zijn God aan te bieden.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Hebreeën 7:26
Een hogepriester als hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Leviticus 3:11
De priester doet dit alles op het altaar in rook opgaan, als voedsel en offergave voor de HEER.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
1 Thessalonicensen 2:10
U kunt getuigen, en God zelf, hoe toegewijd, hoe oprecht en zuiver we bij u, die tot geloof gekomen bent, hebben geleefd.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Leviticus 22:20
Dieren met een gebrek mogen niet als offer worden aangeboden; ze zullen niet worden aanvaard.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Leviticus 3:16
De priester doet dit alles op het altaar in rook opgaan, als voedsel, als een geurige gave. Al het vet is bestemd voor de HEER.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
Leviticus 21:6
Ze zijn voor hun God geheiligd en mogen de naam van hun God niet ontwijden. Zij bieden de HEER de offergaven aan, het voedsel van hun God, en daarom mogen ze zich niet ontwijden.
Gerelateerd aan Leviticus 21:17
1 Timotheüs 3:2
Een opziener moet onberispelijk zijn. Hij kan slechts de man van één vrouw zijn en hij moet sober, bezonnen, gematigd, gastvrij en een goede leraar zijn.