Gerelateerd aan Leviticus 16:11-14
Gerelateerd aan Leviticus 16:11
Leviticus 16:6
De stier biedt Aäron aan als reinigingsoffer namens zichzelf, om voor zichzelf en zijn familie verzoening te bewerken.
Gerelateerd aan Leviticus 16:11
Hebreeën 7:27
Hij hoeft niet, zoals de andere hogepriesters, elke dag eerst offers op te dragen voor zijn eigen zonden en dan voor die van het volk; dat heeft hij immers voor eens en altijd gedaan toen hij het offer van zijn leven bracht.
Gerelateerd aan Leviticus 16:11
Hebreeën 9:7
maar in de tweede tent gaat alleen de hogepriester binnen, slechts eenmaal per jaar en nooit zonder het bloed dat hij offert voor zichzelf en voor de zonden die het volk uit onwetendheid heeft begaan.
Gerelateerd aan Leviticus 16:11
Leviticus 16:3
Dit moet Aäron bij zich hebben wanneer hij de heilige ruimte betreedt: een stier voor een reinigingsoffer en een ram voor een brandoffer.
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Leviticus 10:1
Aärons zonen Nadab en Abihu deden gloeiende kolen in hun vuurbak en legden er reukwerk op. Maar het was verkeerd vuur dat ze de HEER wilden aanbieden, vuur dat niet voldeed aan de voorschriften van de HEER.
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Exodus 30:34
De HEER zei tegen Mozes: 'Neem balsemhars, cistushars en galbanum, en naast deze specerijen zuivere wierook, van alles een gelijke hoeveelheid,
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Numeri 16:46
(17:11) en Mozes zei tegen Aäron: 'Neem een vuurbak, doe er gloeiende kolen van het altaar in, leg daar reukwerk op en ga zo snel mogelijk naar het volk. Bewerk verzoening voor hen, want de toorn van de HEER is ontbrand, de plaag is al begonnen.'
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Openbaring 8:3
Toen kwam er een andere engel, die met een gouden wierookschaal bij het altaar ging staan. Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle heiligen.
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Numeri 16:18
Iedereen nam een vuurbak, deed er gloeiende kolen in, legde daar reukwerk op en stelde zich bij de ingang van de ontmoetingstent op, net als Mozes en Aäron.
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Exodus 31:11
de zalfolie en het geurige reukwerk voor het heiligdom. Laat hen alles uitvoeren zoals ik het je heb opgedragen.'
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Jesaja 6:6
Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af.
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Exodus 37:29
Ook bereidde men de heilige zalfolie, en fijn reukwerk zoals een reukwerker dat maakt.
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
1 Johannes 1:7
Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde.
Gerelateerd aan Leviticus 16:12
Hebreeën 9:14
hoeveel te meer zal dan niet het bloed van Christus, die dankzij de eeuwige Geest zichzelf heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten reinigen van daden die tot de dood leiden, en het heiligen voor de dienst aan de levende God?
Gerelateerd aan Leviticus 16:13
Exodus 25:21
Leg de verzoeningsplaat op de ark; leg de verbondstekst die ik je zal geven in de ark.
Gerelateerd aan Leviticus 16:13
1 Johannes 2:1
Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige.
Gerelateerd aan Leviticus 16:13
Exodus 30:7
Aäron moet er elke morgen als hij de lampen in orde brengt, geurig reukwerk op branden.
Gerelateerd aan Leviticus 16:13
Exodus 30:1
Je moet een altaar maken voor het branden van reukwerk; gebruik er acaciahout voor.
Gerelateerd aan Leviticus 16:13
Openbaring 8:3
Toen kwam er een andere engel, die met een gouden wierookschaal bij het altaar ging staan. Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle heiligen.
Gerelateerd aan Leviticus 16:13
Numeri 16:7
doe er gloeiende kolen in en leg daar reukwerk op voor de HEER. Degene die dan door de HEER wordt uitgekozen, die is heilig. U matigt u te veel aan, Levieten.'
1
2