Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Job 16:10

Hij spert zijn mond open, schreeuwt me toe, hij slaat me schimpend op de wang, allen spannen samen tegen mij.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Jesaja 50:6

Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Mattheüs 5:39

En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Psalmen 69:20

(69:21) Smaad heeft mijn hart gebroken, ik ben radeloos, ik hoopte op mededogen-vergeefs; op troost-die ik niet vond.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

2 Korinthe 11:20

Tenslotte verdraagt u het ook dat men u tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven u verheft en u beledigt.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Psalmen 123:3

Wees genadig, HEER, wees ons genadig, wij worden veracht, meer dan te dragen is.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Mattheüs 26:67

Daarop spuwden ze hem in het gezicht en sloegen hem. Anderen stompten hem
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Lukas 6:29

Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Psalmen 69:9

(69:10) De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd, de smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:30

Micha 5:1

(4:14) Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open; onze muren worden belegerd, en hij die Israël leiden moet wordt met een staf in het gezicht geslagen.