Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Job 40:4
'Ik ben onaanzienlijk. Wat zal ik u antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Zefanja 2:3
Zoek de HEER, allen in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven, zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid: misschien blijven jullie dan gespaard op de dag van de toorn van de HEER.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Lukas 18:13
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.”
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Ezechiel 16:63
en overdenken wat je gedaan hebt; je zult je schamen, en zwijgen omdat je vernederd bent-maar ik vergeef je alles wat je hebt gedaan. Zo spreekt God, de HEER.'
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
2 Kronieken 33:12
Toen Manasse zo in het nauw gedreven was, probeerde hij de HEER, zijn God, mild te stemmen door zich voor de God van zijn voorouders te verootmoedigen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Romeinen 3:19
Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt alleen tot degenen spreekt die aan de wet zijn onderworpen. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Jona 3:9
Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.'
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Job 42:5
Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Joel 2:14
Misschien herroept hij zijn vonnis, komt hij erop terug en laat hij toch iets van zijn zegen over, zodat jullie weer graan en wijn kunnen offeren aan de HEER, jullie God.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Jeremia 31:17
Je hebt een hoopvolle toekomst, je kinderen keren naar hun eigen land terug- spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Klaagliederen 3:29
Lukas 15:18
Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u,