Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Jeremia 52:6
Op de negende dag van de vierde maand-de hongersnood in de stad was ondraaglijk geworden, er was voor de bevolking niets meer te eten-
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Jeremia 38:9
‘Mijn heer en koning, het is misdadig dat deze mannen Jeremia in een waterkelder hebben gegooid. Waarom moet hij juist daar van honger omkomen? Elders in de stad is ook geen brood meer.’
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Klaagliederen 2:12
Ze blijven hun moeders vragen: ‘Is er geen brood en wijn?’, versmachtend op de pleinen van de stad, als gewonden op het slagveld; in de armen van hun moeders stroomt het leven uit hen weg.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Deuteronomium 28:52
Ze belegeren alle steden in het land dat de HEER, uw God, u heeft gegeven, totdat de hoge, versterkte muren waar u zo op vertrouwt, allemaal gevallen zijn. De nood in die steden zal zo hoog stijgen
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Jeremia 19:9
Ik laat de mensen het vlees van hun eigen zonen en dochters eten; men zal elkaars vlees eten, zo’n gebrek zal er zijn, tot zo grote wanhoop zal de vijand die hun naar het leven staat, hen gedurende het beleg drijven.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
2 Koningen 6:25
Het beleg duurde zo lang dat er in de stad een groot tekort aan voedsel ontstond. Voor een ezelskop betaalde men uiteindelijk tachtig sjekel zilver, en voor een pond duivendrek vijf sjekel.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Ezechiel 5:16
Jullie zullen worden bespot en gesmaad wanneer ik de kwade pijlen van de honger, die dood en verderf zaaien, op je afschiet. Ik zal ze op jullie afschieten om jullie te gronde te richten: ik zal het brood dat jullie staande houdt schaars maken, ik zal jullie honger laten lijden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Job 40:4
'Ik ben onaanzienlijk. Wat zal ik u antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Klaagliederen 4:4
Dorst doet de tong van zuigelingen aan hun gehemelte kleven, kinderen bedelen om brood, maar niemand reikt het hun aan.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
1 Samuel 30:11
Onderweg vonden ze een Egyptenaar, die bij David werd gebracht. Hij kreeg wat brood te eten en water te drinken,
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Klaagliederen 2:20
HEER, zie mij, merk toch op wie u dit aandoet. Moeten vrouwen de kinderen eten die ze zelf hebben gebaard? Moeten priester en profeet worden gedood in het heiligdom van de Heer?
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Klaagliederen 1:9
Haar onreinheid kleeft aan de zoom van haar kleed. Dit einde had ze niet voorzien. Ontstellend diep is zij gezonken, er is niemand die haar troost. -HEER, zie toch mijn nood, zie hoe de vijand zich verheft.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Ezechiel 4:15
Daarop antwoordde hij mij: 'Goed dan, ik geef je rundermest in plaats van menselijke uitwerpselen om je brood op te bakken.'
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Klaagliederen 1:19
Ik riep om mijn minnaars, maar zij lieten mij in de steek. Mijn priesters en oudsten zijn in de stad omgekomen, zoekend naar voedsel om in leven te blijven.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:11
Psalmen 25:15
Ik houd mijn oog gericht op de HEER, hij bevrijdt mijn voeten uit het net.