SV
11Ziet, de ark des verbonds van den Heere der ganse aarde gaat door voor ulieder aangezicht in de Jordaan.
12Nu dan, neemt gijlieden u twaalf mannen uit de stammen Israels, uit iederen stam een man;
13Want het zal geschieden, met dat de voetzolen der priesteren, die de ark van den HEERE, den Heere der ganse aarde, dragen, in het water van de Jordaan zullen rusten, zo zullen de wateren van de Jordaan afgesneden worden, te weten de wateren, die van boven afvlieten, en zij zullen op een hoop blijven staan.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637