Gerelateerd aan Jozua 22:25
Gerelateerd aan Jozua 22:25
1 Samuel 26:19
Luister alstublieft naar wat ik u te zeggen heb, mijn heer en koning: Als het de HEER is die u tegen mij heeft opgezet, laat dan een geurig offer hem vermurwen. Maar als u door mensen bent opgestookt, moge de HEER ze dan vervloeken omdat ze mij uit Gods eigen land verdrijven en zeggen dat ik maar andere goden moet gaan dienen.
Gerelateerd aan Jozua 22:25
2 Samuel 20:1
Nu was er onder de Israëlieten ook een echte onruststoker, een zekere Seba, de zoon van Bichri, uit de stam Benjamin. Hij blies op de ramshoorn en zei: 'Wat hebben wij met David te maken? Wij hebben niets gemeen met de zoon van Isaï! We breken op, volk van Israël!'
Gerelateerd aan Jozua 22:25
Ezra 4:2
Zij gingen naar Zerubbabel en de familiehoofden, en zeiden: 'Wij willen meehelpen met de bouw, want ook wij vereren uw God, wij offeren al aan hem sinds de dag dat Esarhaddon, de koning van Assyrië, ons hierheen heeft gebracht.'
Gerelateerd aan Jozua 22:25
Nehemia 2:20
Dit was mijn antwoord: 'Het is de God van de hemel die ons doet slagen. Wij, zijn dienaren, beginnen met de herbouw. U hoort niet in Jeruzalem, u kunt er geen rechten laten gelden, hier is niets dat aan u herinnert.'
Gerelateerd aan Jozua 22:25
1 Koningen 12:27
en overlegde bij zichzelf: Wanneer het volk naar Jeruzalem blijft gaan om daar offers op te dragen in de tempel van de HEER, zullen ze zich weer hechten aan hun heer, koning Rechabeam van Juda. Dan zullen ze mij vermoorden en zich weer bij Rechabeam aansluiten.
Gerelateerd aan Jozua 22:25
Jozua 22:27
maar een altaar dat kan getuigen van de afspraak tussen u en ons en onze nakomelingen. Want ook wij willen de HEER dienen bij zijn tabernakel en hem daar onze brandoffers en vredeoffers brengen. Dan kunnen uw nakomelingen nooit tegen die van ons zeggen dat ze niet bij de HEER horen.
Gerelateerd aan Jozua 22:25
1 Koningen 14:16
Hij zal Israël aan zijn lot overlaten omdat Jerobeam gezondigd heeft en de Israëlieten tot zonde heeft aangezet.'
Gerelateerd aan Jozua 22:25
Handelingen 8:21
U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht.
Gerelateerd aan Jozua 22:25
1 Koningen 12:16
Toen de Israëlieten merkten dat de koning aan hun verzoek geen gehoor gaf, zeiden ze tegen hem: 'Wat hebben wij met David te maken? Wij hebben niets gemeen met de zoon van Isaï! We breken op, volk van Israël! Het koningshuis van David zorgt maar voor zichzelf!' En de Israëlieten braken op.
Gerelateerd aan Jozua 22:25
1 Koningen 15:30
omdat Jerobeam gezondigd had door de Israëlieten tot zonde aan te zetten en de HEER, de God van Israël, had getergd.