Gerelateerd aan Jozua 15:13-19

Gerelateerd aan Jozua 15:13

Deuteronomium 1:34

Toen de HEER u hoorde klagen, ontstak hij in woede. Hij zwoer:
Gerelateerd aan Jozua 15:13

Numeri 14:23

zal het land zien dat ik hun voorouders onder ede heb beloofd. Niemand van hen die mij hebben afgewezen krijgt het te zien.
Gerelateerd aan Jozua 15:13

Numeri 13:30

Kaleb, die wilde voorkomen dat het volk zich tegen Mozes zou verzetten, zei: 'We kunnen zonder probleem optrekken en het land in bezit nemen. We kunnen dat volk makkelijk aan.'
Gerelateerd aan Jozua 15:13

Jozua 14:6

Er kwamen enige mannen van de stam Juda bij Jozua in Gilgal. Een van hen was Kaleb, een Kenizziet, een zoon van Jefunne. Hij zei tegen Jozua: 'U weet wat de HEER aan Mozes, de godsman, in Kades-Barnea over ons beiden heeft gezegd.
Gerelateerd aan Jozua 15:14

Richteren 1:10

Eerst vielen ze de Kanaänieten in Hebron aan, dat toen nog Kirjat-Arba heette. Daar versloegen ze Sesai, Achiman en Talmai.
Gerelateerd aan Jozua 15:14

Richteren 1:20

Hebron werd, overeenkomstig de woorden van Mozes, toegewezen aan Kaleb, die de drie zonen van Enak uit de stad verdreef.
Gerelateerd aan Jozua 15:14

Numeri 13:22

Ze trokken door de Negev en kwamen daarna in de buurt van Hebron, waar de Enakieten Achiman, Sesai en Talmai woonden. (Hebron is zeven jaar eerder gebouwd dan Soan in Egypte.)
Gerelateerd aan Jozua 15:14

Jozua 11:21

Jozua roeide in die tijd ook de Enakieten uit die in de bergen van Juda woonden, in Hebron, Debir en Anab, en in de bergen van Israël. Hij doodde hen en liet hun steden aan de HEER.
Gerelateerd aan Jozua 15:14

Numeri 13:33

We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.'
Gerelateerd aan Jozua 15:14

Jozua 10:36

Vervolgens trok Jozua met het leger van Eglon naar Hebron. Ze vielen Hebron aan,
Gerelateerd aan Jozua 15:15

Jozua 10:38

Op zijn terugtocht ging Jozua met het leger naar Debir. Hij viel die stad aan,
Gerelateerd aan Jozua 15:15

Richteren 1:11

Vervolgens trokken ze op tegen Debir, dat toen nog Kirjat-Sefer heette.
Gerelateerd aan Jozua 15:15

Jozua 10:3

Koning Adonisedek stuurde boden naar Hoham, de koning van Hebron, Piram, de koning van Jarmut, Jafia, de koning van Lachis, en Debir, de koning van Eglon. Hij vroeg hun:
Gerelateerd aan Jozua 15:16

Richteren 1:6

Adonibezek sloeg op de vlucht, maar na een achtervolging kregen ze hem te pakken en hakten hem zijn duimen en zijn grote tenen af.
Gerelateerd aan Jozua 15:16

Richteren 1:12

Kaleb beloofde: 'Wie Kirjat-Sefer verovert zal ik mijn dochter Achsa tot vrouw geven.'
Gerelateerd aan Jozua 15:17

Richteren 3:9

De Israëlieten riepen de HEER te hulp, en de HEER zond iemand om hen te bevrijden: Otniël, een zoon van Kalebs jongere broer Kenaz.
Gerelateerd aan Jozua 15:17

Richteren 1:13

Otniël, een zoon van Kalebs jongere broer Kenaz, veroverde de stad en kreeg Achsa tot vrouw.
Gerelateerd aan Jozua 15:17

Jozua 14:6

Er kwamen enige mannen van de stam Juda bij Jozua in Gilgal. Een van hen was Kaleb, een Kenizziet, een zoon van Jefunne. Hij zei tegen Jozua: 'U weet wat de HEER aan Mozes, de godsman, in Kades-Barnea over ons beiden heeft gezegd.
Gerelateerd aan Jozua 15:17

Richteren 3:11

Veertig jaar had het land rust. Toen stierf Otniël.
Gerelateerd aan Jozua 15:17

Numeri 32:12

met uitzondering van de Kenizziet Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun, die wel volledig op de HEER hebben vertrouwd."
1
2
Volgende