Gerelateerd aan Jozua 13

Gerelateerd aan Jozua 13:1

Jozua 14:10

Welnu, de HEER heeft mijn leven gespaard, zoals hij had beloofd. Het is nu vijfenveertig jaar geleden dat hij Mozes die belofte gaf, toen Israël nog door de woestijn trok. Ik ben nu vijfentachtig jaar oud,
Gerelateerd aan Jozua 13:1

Deuteronomium 31:3

De HEER, uw God, zal zelf voor u uit gaan en de volken aan de overkant voor u uitroeien, zodat u hun land in bezit kunt nemen. Jozua zal u daarbij aanvoeren, zoals de HEER heeft gezegd.
Gerelateerd aan Jozua 13:1

1 Koningen 1:1

Koning David was op hoge leeftijd gekomen. Hoewel men hem met dekens toedekte, kon hij het niet meer warm krijgen.
Gerelateerd aan Jozua 13:1

Jozua 23:1

(1-2) De HEER had Israël aan alle grenzen rust gegeven door het volledig van zijn vijanden te verlossen. Vele jaren later riep Jozua, die toen op hoge leeftijd was gekomen, heel Israël, de oudsten, stamhoofden, rechters en griffiers bijeen. Hij zei tegen hen: 'Ik heb niet lang meer te leven.
Gerelateerd aan Jozua 13:1

Jozua 24:29

Korte tijd later stierf Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEER, op de leeftijd van honderdtien jaar.
Gerelateerd aan Jozua 13:1

Lukas 1:7

Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.
Gerelateerd aan Jozua 13:1

Genesis 18:11

Nu waren Abraham en zij op hoge leeftijd gekomen en de jaren dat een vrouw vruchtbaar is, lagen al ver achter haar.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Jozua 13:11

Verder omvatte het Gilead en de gebieden Gesur en Maächa, het hele Hermongebergte en heel Basan tot aan Salka;
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Joel 3:4

(4:4) Jullie, inwoners van Tyrus en Sidon, en jullie, Filistijnen, wat denken jullie wel? Wilden jullie je op mij wreken? Wilden jullie iets tegen mij ondernemen? Onmiddellijk laat ik jullie daden op je eigen hoofd neerkomen.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Richteren 3:1

(1-2) Om de Israëlieten die de strijd tegen de Kanaänieten niet hadden meegemaakt te leren hoe het er in de oorlog aan toegaat (dus alleen om de nieuwe generaties die nog geen ervaring met de strijd hadden opgedaan daarmee vertrouwd te maken), had de HEER de volgende volken in het land laten blijven:
Gerelateerd aan Jozua 13:2

1 Samuel 27:8

trokken ze er geregeld op uit om de stammen te overvallen die woonden in het gebied van Telam tot aan Sur, waar Egypte begint: nu eens de Gesurieten, dan weer de Girzieten of de Amalekieten.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Genesis 10:14

de Patrusieten, de Kasluchieten-uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen-en de Kretenzers.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Deuteronomium 11:23

dan zal hij ter wille van u al die volken, die groter en machtiger zijn dan u, verdrijven en hun land aan u in bezit geven.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Genesis 26:1

Eens brak er in het land hongersnood uit (een andere dan de hongersnood die er vroeger was geweest, in de tijd van Abraham), en daarom ging Isaak naar Gerar, de stad van Abimelech, de koning van de Filistijnen.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Exodus 23:29

Maar ik verdrijf hen niet allemaal in ‚‚n jaar, anders zou het land verwilderen en zouden er te veel wilde dieren komen;
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Jozua 12:5

Hij heerste over het Hermongebergte, Salka en heel Basan tot aan de gebieden Gesur en Maächa, en verder over de andere helft van Gilead tot aan het gebied van koning Sichon uit Chesbon.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

Jozua 13:13

Maar Israël roeide de Gesurieten en de Maächatieten niet uit, zodat deze volken in hun midden bleven wonen, tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

2 Samuel 13:37

Ondertussen vond Absalom een veilig heenkomen bij Talmai, de zoon van Ammichur, de koning van Gesur, terwijl David bleef rouwen over zijn zoon.
Gerelateerd aan Jozua 13:2

2 Samuel 15:8

Ik heb tijdens mijn verblijf te Gesur in Aram namelijk aan de HEER beloofd dat ik hem eer zou bewijzen wanneer hij ervoor zorgde dat ik in Jeruzalem terugkeerde.'
Gerelateerd aan Jozua 13:2

2 Samuel 3:3

de tweede was Kileab, een zoon van Abigaïl, de vroegere vrouw van Nabal uit Karmel; de derde was Absalom, een zoon van Maächa, die een dochter was van koning Talmai van Gesur;
1
2
3
4
5
6
7
Volgende