Gerelateerd aan Jozua 1:2-9
Gerelateerd aan Jozua 1:2
Deuteronomium 3:28
Draag het bevel over aan Jozua en bereid hem voor op zijn taak. Hij zal het volk voorgaan en hun het land in bezit geven dat jij zult zien liggen.’
Gerelateerd aan Jozua 1:2
Jozua 1:1
Na de dood van Mozes, de dienaar van de HEER, zei de HEER tegen Jozua, de zoon van Nun en de rechterhand van Mozes:
Gerelateerd aan Jozua 1:2
Deuteronomium 31:7
Toen riep Mozes Jozua bij zich en ten overstaan van alle Israëlieten zei hij tegen hem: ‘Wees vastberaden en standvastig, want jij zult het volk het land binnenleiden dat de HEER onder ede aan hun voorouders had beloofd, en onder jouw leiding zullen ze het in bezit nemen.
Gerelateerd aan Jozua 1:2
Jesaja 42:1
Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Gerelateerd aan Jozua 1:2
Numeri 27:16
'Moge de HEER, de God die aan al wat leeft de levensadem schenkt, dan iemand over het volk aanstellen
Gerelateerd aan Jozua 1:2
Jozua 1:11
'Ga het hele kamp door en zeg tegen het volk dat het voor proviand moet zorgen. Het zal over drie dagen de Jordaan overtrekken om het land in bezit te nemen dat de HEER, hun God, hun zal geven.'
Gerelateerd aan Jozua 1:2
Hebreeën 3:5
Mozes vervulde trouw zijn taak in heel Gods huis, als dienaar die getuigde van de komende openbaringen,
Gerelateerd aan Jozua 1:2
Hebreeën 7:23
Zij volgden elkaar generaties lang op, omdat de dood hun belette priester te blijven,
Gerelateerd aan Jozua 1:3
Deuteronomium 11:24
Elk stuk grond dat u zult betreden is voor u. Uw gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de rivier de Eufraat tot aan de zee in het westen.
Gerelateerd aan Jozua 1:3
Jozua 14:9
Mozes beloofde me toen: "Omdat je op de HEER, mijn God, bent blijven vertrouwen, zweer ik je dat de hele streek die je hebt verkend voor altijd het grondgebied van jou en je nageslacht zal zijn."
Gerelateerd aan Jozua 1:4
Exodus 23:31
Ik zal jullie een gebied geven dat zich uitstrekt van de Rode Zee tot aan de zee waaraan de Filistijnen wonen, en van de woestijn tot aan de Eufraat. De bewoners van dat hele gebied geef ik in jullie macht, en jullie zullen hen verdrijven.
Gerelateerd aan Jozua 1:4
Genesis 15:18
Die dag sloot de HEER een verbond met Abram. ‘Dit land, ‘zei hij, ‘geef ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat:
Gerelateerd aan Jozua 1:4
Deuteronomium 3:25
Sta mij toch toe over te steken en dat goede land aan de overkant van de Jordaan te zien, die mooie bergen en de Libanon.’
Gerelateerd aan Jozua 1:4
Deuteronomium 1:7
Breek het kamp op en trek naar het bergland van de Amorieten en naar het gebied van de naburige volken: de Jordaanvallei, het bergland, het heuvelland, de Negev en de kuststrook-de gebieden van de Kanaänieten-en de Libanon tot aan de grote rivier de Eufraat.
Gerelateerd aan Jozua 1:4
Numeri 34:2
'Deel de Israëlieten het volgende mee: "Wanneer jullie in Kanaän zijn aangekomen, zullen dit de grenzen zijn van het grondgebied dat jullie toevalt:
Gerelateerd aan Jozua 1:4
Deuteronomium 11:24
Elk stuk grond dat u zult betreden is voor u. Uw gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de rivier de Eufraat tot aan de zee in het westen.
Gerelateerd aan Jozua 1:4
1 Kronieken 5:9
Naar het oosten strekte het woongebied van de stam Ruben zich uit tot aan de woestijn langs de Eufraat, want Gilead was niet groot genoeg voor hun kudden.
Gerelateerd aan Jozua 1:4
1 Kronieken 18:3
Bij Hamat versloeg hij Hadadezer, de koning van Soba, toen deze op weg was om zijn macht te vestigen over het gebied langs de Eufraat.
Gerelateerd aan Jozua 1:5
Mattheüs 28:20
en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’
Gerelateerd aan Jozua 1:5
Deuteronomium 31:6
Wees vastberaden en standvastig. Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn, want het is de HEER, uw God, die met u meegaat. Hij zal niet van uw zijde wijken en u niet verlaten.’
1
2
3
4
5
6