Gerelateerd aan Jona 2:8

Gerelateerd aan Jona 2:8

Psalmen 31:6

(31:7) Wie armzalige goden vereren-ik haat ze, ík vertrouw op de HEER.
Gerelateerd aan Jona 2:8

Jeremia 2:13

Twee wandaden heeft mijn volk begaan: het heeft mij verlaten, de bron van levend water, en het heeft waterkelders uitgehouwen, kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.
Gerelateerd aan Jona 2:8

2 Koningen 17:15

Ze trokken zich niets aan van zijn bepalingen en van het verbond dat hij met hun voorouders had gesloten, en sloegen zijn waarschuwingen in de wind. Ze liepen achter nietige goden aan en werden zo zelf nietswaardig. Ze volgden het voorbeeld van de hen omringende volken, hoewel de HEER hun dat verboden had.
Gerelateerd aan Jona 2:8

Jeremia 10:8

Allen zijn ze dom en dwaas, wat ze moeten leren is dit: die nietige beelden zijn maar hout.
Gerelateerd aan Jona 2:8

1 Samuel 12:21

Dwaal niet af om achter iets aan te lopen dat niets oplevert en niet bevrijdt, omdat het niets is.
Gerelateerd aan Jona 2:8

Jeremia 16:19

‘O HEER, mijn kracht en mijn burcht, mijn toevlucht in tijden van nood. Van de einden der aarde komen alle volken naar u toe. Ze zullen zeggen: “De goden van onze voorouders blijken niets dan bedrog, ze zijn niets waard, ze bieden geen hulp.”’
Gerelateerd aan Jona 2:8

Jeremia 10:14

Daar staat het menselijk verstand bij stil. De goudsmid schaamt zich voor zijn beelden. Zijn gietsels zijn niets, ze ademen niet,
Gerelateerd aan Jona 2:8

Habakuk 2:18

Wat heb je aan een godenbeeld, gebeeldhouwd door zijn maker? Aan een gegoten beeld dat leugens verkondigt? Wie vertrouwt zich nu toe aan wat hij zelf heeft gemaakt? Wat hij maakt zijn stomme afgoden!