Gerelateerd aan Johannes 2:12-13
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Mattheüs 12:46
Terwijl hij nog met de mensen in gesprek was, dienden zich buiten zijn moeder en zijn broers aan. Ze vroegen hem dringend te spreken.
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Mattheüs 4:13
Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali.
Gerelateerd aan Johannes 2:12
1 Korinthe 9:5
Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas?
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Handelingen 1:13
Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Galaten 1:19
Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Markus 6:3
Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem.
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Johannes 7:3
en daarom spoorden Jezus’ broers hem aan: ‘Blijf toch niet hier, ga naar Judea; dan zien ook je leerlingen het werk dat je doet.
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Mattheüs 13:55
Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers?
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Mattheüs 11:23
En jij dan, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! Want als in Sodom de wonderen waren gebeurd die bij jou gebeurd zijn, dan was het tot op de huidige dag blijven bestaan.
Gerelateerd aan Johannes 2:12
Johannes 6:17
ze stapten in een boot en zetten koers naar de overkant, naar Kafarnaüm. Het was al donker geworden, en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Johannes 11:55
Het was kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, en veel mensen uit de omgeving gingen al vóór het feest naar Jeruzalem om zich te reinigen.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Lukas 2:41
Zijn ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Johannes 2:23
Toen Jezus op Pesach in Jeruzalem was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Johannes 6:4
Het was kort voor het Joodse pesachfeest.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Deuteronomium 16:1
Ieder jaar in de maand abib moet u voor de HEER, uw God, het pesachoffer bereiden. Hij heeft u immers op een nacht in die maand uit Egypte weggeleid.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Exodus 12:6
Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Isra ël de dieren in de avondschemer slachten.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Johannes 5:1
Daarna was er een Joods feest, en Jezus ging naar Jeruzalem.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Numeri 28:16
Op de veertiende dag van de eerste maand wordt ter ere van de HEER het pesachoffer bereid.
Gerelateerd aan Johannes 2:13
Deuteronomium 16:16
Driemaal per jaar moeten alle mannen dus voor de HEER, uw God, verschijnen op de plaats die hij zal kiezen: voor het feest van het Ongedesemde brood, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest. Ze mogen daar niet met lege handen komen;