Gerelateerd aan Johannes 11:33

Gerelateerd aan Johannes 11:33

Johannes 11:38

Ook dit ergerde Jezus. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening.
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Johannes 12:27

Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen.
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Genesis 43:30

Toen haastte hij zich weg, want bij het zien van zijn broer schoot zijn gemoed vol, hij voelde dat hij zijn tranen niet kon bedwingen. Hij ging een kamer binnen en daar huilde hij.
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Romeinen 12:15

Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Markus 3:5

Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Genesis 45:1

Toen kon Jozef zich niet langer goed houden tegenover allen die daar bij hem waren. ‘Laat iedereen weggaan!’ riep hij. Zo was er niemand bij toen Jozef zijn broers vertelde wie hij was.
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Markus 9:19

Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie verdragen? Breng hem bij me.’
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Hebreeën 4:15

Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde.
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Hebreeën 5:7

Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot hem die hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God.
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Markus 14:33

Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden
Gerelateerd aan Johannes 11:33

Johannes 13:21

Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’